‘Winkelen met vriendje in de stad.’ 50 punten

“We kunnen vrijdagavond wel even gaan,” roept Vriendje als ik hem een kortingsbon voor de mannenspijkerbroekenwinkel geef waar ik al heel snel spijt van heb. Ik ben me er van bewust dat veel vrouwen jaloers zijn omdat ik een vriend heb met onbegrensde shopliefde. Hoe hard ik ook m’n best doe, ik krijg het er niet uit. Het zou heerlijk moeten zijn, op zaterdag de hele dag met z’n tweeën (hand in hand hè) door de winkelstraten slenteren, uitgebreid lunchen, nog meer winkels in, en met volle tassen en een voldaan gevoel aan het eind van de dag naar huis. Ware het niet dat ik een hartgrondige grafhekel heb aan winkelen.

Begrijp me goed, ik hou van nieuwe kleren uitzoeken, schoenen passen, cadeautjes kopen en überhaupt dingen kopen (vraag maar aan Visa), maar dan eigenlijk alleen als het voor mezelf is. Ik gun Vriendje z’n nieuwe garderobe hoor, daarom ga ik braaf mee. Maar dat eeuwige wachten bij die pashokjes en dat geduw en getrek tussen de rekken, blegh. Om nou alles voor altijd via internet te kopen is ook niet echt een uitkomst, en van mijn online therapeut moet ik oefenen met ‘moeilijke situaties’ (winkelen in de stad met vriendje is 50 punten), dus vooruit, de auto in.

Mijn schietgebedjes onderweg hebben niet geholpen; de winkel is echt open vanavond. Waar Vriendje linksvoor in de winkel begint en hoogstwaarschijnlijk één voor één alle (honderdtwintig) kledingrekken langs zal gaan, heb ik allang gezien welke we kunnen skippen om tijd te besparen. “Wat heb je ook alweer nodig?” vraag ik. “Paar truien,” zegt hij. “Zoiets als die jij in de droger hebt laten krimpen.” Jezus, ik heb al honderd keer gezegd dat het me speet en dat op het labeltje stond dat het prima kon. Helaas kan ik dat niet meer bewijzen omdat die labeltjes ineens op mysterieuze wijze zijn verdwenen. Heel vreemd. Ik grijp gauw drie vet leuke blousjes uit het rek en duw ze voor z’n neus. “Deze?” probeer ik hoopvol. “Nee. Ja. Nee.” en hij pakt er eentje uit. “Zoiets,” roept hij als hij een trui omhoog houdt waarvan ik zeker weet dat er minstens vier identieke thuis in de kast liggen.

Bij een totaal van twee truien en drie blousjes dirigeer ik hem de kleedkamer in. Ajuu. Ik loop terug om verder te zoeken naar stoere mannenkleren als ik onderweg word aangehouden door een medewerker. Of ik iets wil drinken. Koffie, thee, frisdrank, een biertje… Ik zie het gordijn van het pashokje bewegen en het hoofd van Vriendje snuffelt om de hoek naar bier. Als ik honderd keer vraag om een plankje in de keuken op te hangen, dan hoort hij dat niet, maar iemand die hem op tien meter afstand een biertje aanbiedt hoort hij wél. Ik sla vriendelijk af, de gedachte aan bier alleen al maakt me nerveus.

Ik vraag me al een jaar af wat hij in godsnaam in zo’n pashokje doet. Ik trek de ene trui over m’n hoofd uit, de andere aan en binnen 20 seconden sta ik buiten het hokje voor de spiegel. Bij Vriendje duurt dat gemiddeld een kwartier per kledingstuk en zo ingewikkeld zijn ze echt niet. Trui één is goedgekeurd en twee en drie leg ik weer terug. Ik grijp nog een rood blousje mee op de terugweg en duw die het hokje in. Ik wil net overdreven hard gaan klagen dat we ook nog moeten eten, als er ineens een schaal bitterballen onder m’n neus wordt gedrukt. Kijk lieve vrouwen, dit is dus wat mannen gewend zijn. Bier en bitterballen tijdens het winkelen. Zo kan ik ook wel shoppen.

Inmiddels zijn we een uur verder en hebben we tien persoonlijke shopmedewerkers gekregen die precies weten waar ik alles vandaan getrokken heb en weer moet terugleggen. Ik zie nog een leuk shirt en vraag aan de manmedewerker of hij die in een andere maat heeft. Hij loopt naar een rek aan de andere kant van de winkel om het shirt in een grotere maat te halen. Mannenlogica. Het wordt bij vlagen drukker, en steeds zijn het winkelende mannen van wie de vrouw braaf bij het pashokje staat te wachten. Waarom gaan mannen niet gewoon met z’n allen winkelen? Hoeven wij ook niet mee en kunnen we koken ofzo. Ik zie een vrouw voorbijkomen met een cocktail. Verdomme, hadden ze die ook? Ik kijk er jaloers naar in de hoop dat de vrouwmedewerker mij er ook eentje aanbiedt. “Ze zijn lekker he,” zegt ze tegen de vrouw met de cocktail. Trut.

Het wordt drukker en ik wil naar huis. Van dezelfde therapeut die dit een goed idee vond, heb ik de opdracht gehad om het doel voor ogen te houden en niet steeds weg te lopen als ik het benauwd krijg. Wat ik heus niet altijd doe hoor. Laatst nog, stond ik met een fles wijn in de rij van de supermarkt en toen ben ik heel doelbewust blijven staan. “Zal ik vast afrekenen? Er staat een vet lange rij,” zeg ik tegen vriendje terwijl ik hoop dat hij de lege winkel niet verder inkijkt. “Wacht nou e-ven,” en hij kijkt me boos aan. Ik loop terug en zie het perfecte shirt voor hem liggen. Gauw pak ik zijn maat en schuif hem het pashokje in. Als ik zie dat hij al bijna aangekleed is krijg ik weer spijt. Dit had een mooi einde kunnen zijn, maar nee, ik moet het weer zonodig rekken. Een kwartier later en een kapitaal lichter zitten we eindelijk in de auto naar huis. “Wil je nog even voor jou kijken? We hebben nog een uur.” “Zullen we dat morgenochtend even doen?” antwoord ik. “Dan hebben we wat meer tijd.” Dat is prima, waarschijnlijk omdat ik hem niet heb verteld dat de breiwinkel ernaast ook morgen pas weer open is. Ik bedoel, ik ga met alle liefde met hem mee kleding shoppen, maar dan mag ik ook best anderhalf uur bolletjes wol shoppen. Dat zal hem leren.

Follow on Bloglovin

4 gedachten over “‘Winkelen met vriendje in de stad.’ 50 punten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Loading Facebook Comments ...