Over vogelgriep en stukke chakra’s

Morgen voel je je een stuk beter,” verschijnt er in beeld als ik het laatste smsje van moeders open. Ik mag het toch verdomme hopen, denk ik als ik mijn hoofd uit de wc haal en ik weer tegen de badkamermuur ga zitten. “Of ben je zwanger?” probeert ze voor de honderdste keer sinds het bestaan van mijn relatie met Vriendje. De kans dat ik zowel het vogelgriepvirus als ebola te pakken heb, acht ik nog tien keer groter dan de kans dat mijn moeder binnen nu en negen maanden oma wordt. Jammer voor je, mam. Probeer het eens bij je andere kind.

Vriendje doet de eerste kotssessie nog af met een “je hebt je veel te druk gemaakt. Wel knap hoor, van je, maar je bent veel te snel weer begonnen met werken als je het mij vraagt.” Gelukkig vroeg ik hem helemaal niets. Het is die kaasloempia van vanmiddag, die smaakte al zo raar. Bovendien hoort er geen kaas in loempia’s dus geen wonder dat mijn maag die weigert. Er moet immers een verklaring voor zijn dat ik me zo walgelijk beroerd voel, en een “tja, dat kan” is voor mij niet voldoende. Als ik de loempia met terugwerkende kracht voorbij zie komen, weet ik zeker dat ik die kan afschrijven als boosdoener. Ik weiger te geloven dat dit echt het gevolg is van mijn gedachten. Ik geloof heilig dat beiden elkaar beïnvloeden, maar zó erg?

“Ik. Wil. Niet. Meer. Werkèèèn. Boeeehoeee,” hoor ik mezelf tegen Vriendje zeggen als hij voor de zesde keer mijn haar vasthoudt zodat ik mijn maag kan legen. Hij doet het zo verschrikkelijk lief dat ik alleen maar kan huilen. “Ik heb je baas gemaild, jij gaat morgen niet werken,” zegt hij, en ik voel een klein beetje opluchting. De afgelopen week ging in mijn ogen supergoed. Natuurlijk was ik bekaf na een uurtje werken, maar volgens de bedrijfsarts hoorde dat erbij. Ik ben immers aan het opbouwen he, niet volledig genezen. Vriendje staat op en ik hoor hem nuchter zeggen “Ik ga even verder eten, anders wordt het koud.” Waar je zin in hebt, denk ik nog.

Ik heb me de laatste weken enorm ingelezen in het fenomeen burnout, niet alleen omdat ik me soms de tyfus verveelde, maar ook omdat ik zo snel mogelijk weer net als alle andere mensen wil gaan werken, met verhalen thuis wil komen, en me nuttig wil voelen. Zo’n beetje álle mogelijke klachten zijn het gevolg van stress, heb ik inmiddels geleerd. Hoofdpijn? Stress. Buikpijn? Te zenuwachtig. Misselijk? Angst (‘voor het onbekende’, ook zo’n dooddoener). Spierpijn? Stress. Stress, stress, stress mevrouw. Anders nog iets? Projectielkotsen, spierpijn, janken, hoofdpijn, koorts en moe? Allemaal de schuld van de burnout natuurlijk. Zolang je het daarop gooit is elk advies ‘rust nemen en loslaten’. En als je zo diep in die psychologische lectuur zit bij gebrek aan gezond verstand, ga je dat nog geloven ook.

Maar soms heeft die helsche burnout er niets mee te maken. Ik heb een zere rug omdat ik beter naar de yogajuf had moeten luisteren toen ik nét even een stukje verder doordraaide, niet omdat mijn tachtigste chakra in de knoop zit. En ik heb hoofdpijn omdat ik dat glas water ben vergeten na die halve fles wijn, niet omdat een verzameling beklemde zenuwen zich daar bevindt. Er is helemaal niets mis mijn kundakuttalini-ding, ik ben gewoon zo’n lul die nooit ‘nee’ zegt en daardoor een beetje moe is. Ik vermijd de supermarkt deze keer niet omdat ik bang ben dat ik daar doodga, maar omdat ik niet over het kassameisje wil kotsen als ik mijn boodschappen inpak. En waarschijnlijk zit ik al een uur met spierpijn tegen de badkamermuur, omdat er een griepje heerst.

Ik voel een nat washandje op mijn gezicht en zie dat hij naast me is komen zitten tegen dezelfde badkamermuur. Ik kan me niet herinneren dat ik me ooit zo ellendig en gelukkig tegelijk heb gevoeld. Soms is het gewoon niet belangrijk waar iets vandaan komt.

Opkrabbeldossier dag 21 t/m 37

Ik weet niet meer precies hoe het verhaal begon, maar het eindigde met een door mij ingehuurde huurmoordenaar die ik op het laatst toch maar wilde annuleren. Ik zal nooit weten of me dat gelukt was; vlak voordat ik mijn beste vriendin wilde bellen (want politieagente en die weten altijd alles) werd ik badend in het zweet wakker met de hartslag van een spitsmuis*.

Het voordeel van een nachtmerrie is dat je weet waar al die vage shitklachten vandaan komen. Ik bedoel, ik weet zeker dat ik in het echt ook zo paniekerig zou worden als die dingen me zouden overkomen. (Dit is overigens pas de vierde of vijfde echte nachtmerrie die ik ooit heb gehad; ik ben an sich een goeie slaper en droom over het algemeen alleen maar leuke dingen.) Ander voordeel is dat ik inmiddels zo gewend ben aan angstaanvallen overdag, dat dat hele kleine stukje herkenning toch bijdraagt aan de relativerende donderpreek naar mezelf toe. Nadeel is dat ik me door zulke momenten realiseer dat het helemaal niet normaal is om hier dag in, dag uit last van te hebben. Maar daar is wat op gevonden: therapie! De enige vormen van therapie die ik ooit heb gehad, waren met name gericht op ADHD (837 therapeuten, psychologen en/of psychiaters heb ik versleten**) en angst voor spinnen (ik was 10, en mijn moeder was het zat steeds die kadavers naar buiten te bonjouren). De hoop dat ik van één van beide afwijkingen ooit verlost raak heb ik inmiddels opgegeven. Met allebei kan ik makkelijk leven, maar die stomme paniek en dat “oh boehoe, volgens mij ga ik nu écht dood”-gezemer, ben ik wel klaar. Dus een verwijsbrief halen voor een échte therapeut (grapje hoor, coach). Ik slaakte een diepe zucht bij het idee wéér bij een vreemde op een stoel te zitten, mijn levensverhaal op te dreunen in de vorm van feiten, en eigenlijk gestresster van zo’n sessie terug te komen dan heen te gaan, omdat therapeuten altijd de neiging hebben zich op een zo’n chaotisch mogelijke locatie te vestigen. Of door aan te kondigen dat ze je van je straatvrees kunnen afhelpen, maar nog niet vertellen dat ze in de Amsterdamse binnenstad gevestigd zijn. Ja, zo kan ik het ook wel. Maar voor kneuzen zoals ik is daar de ultieme oplossing: online therapie!

Toen ik bijkwam uit de slappe lach begreep ik dat het serieus bestond. Online therapie. Dat je dus vanuit je keuken al kettingrokend een fles wijn wegslampt en je ellende in een bestandje typt waar je nog een reactie op krijgt ook. Ik zie het al helemaal voor me. Ik ben de instantie gaan Googlen (www.interapy.nl, ze hebben toch geheimhoudingsplicht, ghehe), en vond louter positieve reacties. Ik gooide het in mijn Facebookgroep voor ADHD’ers, wat soms ook een beetje online therapie is, en wederom positieve reacties. Ik besloot me aan te melden, deels uit nieuwsgierigheid, deels uit wanhoop. Een dag later werd ik teruggebeld, maar omdat ik het hele idee al weer onzin vond nam ik niet op. En omdat ik nieuwe boeken had besteld die een minuut daarvoor binnen waren gekomen, want coach zegt dat ik voortaan maar één ding tegelijk mag doen. Wat best raar is, want het woord ‘tegelijk’ suggereert eigenlijk dat er meer dingen zijn. Een dag later probeerden ze het weer en was ik vastbesloten online psychisch patient te worden.

De intake (ook telefonisch, jeej) duurde een kwartiertje. Daarna kreeg ik een wachtwoord en de vraag of ik online (duh!) wat vragenlijsten wilde invoeren. Anderhalf uur later was ik klaar. Werkelijk alles wilden ze van me weten. Of ik stemmen in m’n hoofd hoorde (alleen die van mijn moeder als ik de was weer eens uit de machine vergeet te halen), of ik soms de neiging had anderen iets aan te doen (bumperklevers tellen vast niet mee) en of ik weleens denk dat ik een vliegtuig ben. Daarna werd ik gebeld voor de echte intake die ongeveer een uurtje duurde, en weer honderd keer die bevestiging of ik wel echt ben wie ik zei dat ik was, en binnen ‘enkele werkdagen’ kan ik starten. Dat was afgelopen donderdag, dus ik hoop dat het vandaag zover is!

Omdat ik de afgelopen weken echt veel mails heb gehad van andere burnouters (lullig voor jullie, maar zó fijn dat ik niet de enige ben!), vind ik het niet fair om over deze stap in opkrabbelland niets te melden. Ik heb stiekem mijn hoop erop gevestigd, ondanks de waarschuwingen van Vriendje me niet volledig vast te pinnen hierop.

Maar ook Vriendje kent me inmiddels wat langer dan vandaag, en weet ook dat dit hele gedoe met die paniek helemaal niet bij mij hoort. Af en toe een goeie angstaanval zet me weer met beide benen op de grond, maar elke dag te pas en te onpas vind ik nergens meer op slaan. Op dit moment is dat mijn enige ‘to do’ dingetje. Ik heb enorm veel geslapen de afgelopen weken, leren breien, opgeruimd op alle mogelijke manieren, veel gehuild, gepoogd te ontspannen, elke dag geyogaad (is echt een woord), leren relativeren, mn sociale leven vakkundig onder de loep genomen (lees: Facebookvriendenlijst opgeschoond) en heel erg veel nagedacht. In een maand tijd ben ik daar wel degelijk iets mee opgeschoten en deze week begin ik zelfs weer een paar uurtjes met werken.

Ik heb mezelf tot de kerst gegeven om nog meer veranderingen te merken en weer een beetje zen te worden. Lukt dat niet, dan trek ik er gewoon nog wat langer voor uit 🙂

* “Als je in verhouding naar de afmeting van het lichaam kijk, dan heeft de spitsmuis de grootste eetlust. Dit komt door zijn snelle stofwisseling, en eet dagelijks meerdere malen zijn eigen gewicht aan voedsel. De stofwisseling van een spitsmuis gaat vaak zo snel dat de hartslag 1200 per minuut bedraagt.” Bron: dier-en-natuur.info.nu

** Volgens mij zijn het er trouwens iets minder.

Opkrabbeldossier dag 12 t/m 20

Als er iets is dat ik de afgelopen jaren van mijn lichaam heb geleerd, is dat het een zo mogelijk nog grotere dramaqueen is dan ik. Bij elk klein dingetje werd er aan de bel getrokken net zo lang tot ik reageerde en in paniek raakte. Heel erg ver weg wist ik heus wel dat er niets aan de hand was, vandaar dat ik zelden bij de huisarts zat. Maar er bleef altijd een heel vervelend stemmetje in m’n hoofd knagen “wat als dit wél iets is?” Het afgelopen jaar heb ik, mede door coaching, geleerd dat er heus niets aan de hand is met mij en mijn goddelijke lichaam, en heb ik geleerd hoe ik alle vage klachten kan negeren. Ik moet zeggen dat dat prima gelukt is, en ik was dan ook apetrots toen ik me dat eindeljk realiseerde. Weg met die stomme hypochondrie, en weer normaal doen. Totdat ik maanden later alsnog bij de huisarts terecht kwam en ze na afloop vroeg “heb je wel goed naar je lichaam geluisterd de laatste tijd?”

Godsamme.

Hoezo luisteren? Als je ziek bent heb je koorts en kots je alles onder. Zo niet, dan ben je ook niet ziek. Ik had geen koorts en ik kots ook nooit, maar toch lukte het me niet meer om m’n bed uit te komen en te gaan werken. Ik had voor alles een excuus aangeleerd. Was ik duizelig, dan had ik vast verkeerde lenzen. Hartkloppingen kwamen natuurlijk omdat ik te weinig had gedronken en ik werd licht in m’n hoofd omdat ik te weinig had gegeten. Maar zelfs na twee oogmetingen, drie flesjes per dag en zeven boterhammen ging het niet weg. Ik had gewoon slecht geslapen, dat was het. Al sliep ik gewoon normaal. Vanaf toen zorgde ik dat ik overal op voorbereid was en nam ik overal mijn flesje water en broodjes kaas mee naartoe, al was het maar in de auto naar Vriendje een half uur verderop. Maar ineens werkte dat niet meer en had ik geen excuses meer, ze waren op.

Roofbouw, noemde coach het. Al kon ik me er niets bij voorstellen. Ik was er elke dag zelf bij en zag zelf dat ik geen rare dingen deed. Ik minderde met roken en dronk maximaal twee of drie wijntjes in een weekend, vooral omdat ik na een paar slokken al een mega-kater leek te krijgen. Bovendien ben ik negenentwintig en heb ik geen kinderen, de ideale situatie om prima fulltime te gaan werken. Ik hou van mijn werk, maar van de een op de andere dag benauwde het me om weer voor een klas pubers te gaan staan. Ik had geen idee hoe ik de laatste weken was doorgekomen, al voelde het meer als overleven dan leven.

imageInmiddels zit in drie weken thuis en nog steeds voelt het als spijbelen. Het hoogtepunt van een gemiddelde dag zijn de boodschappen doen waar ik daarna de rest van de dag van moet bijkomen. Ik dank Vriendje op mijn blote knieën dat hij me regelmatig mee naar buiten sleurt om te fietsen of te wandelen. Ik blijf er tegenop zien, al weten we inmiddels dat ik me daarna helemaal zen voel. Elke ochtend doe ik braaf de yoga-sessies en ik heb geleerd om fatsoenlijk te ademen, zelfs zoiets basaals kan ik dus niet. In plaats van normaal in- en uitademen, wat zelfs een babyaap nog kan, hap ik grote slokken lucht naar binnen om die vervolgens in te houden tot ik tijd heb om dat uit te ademen. Twee dagen geleden heb ik na lange tijd ervaren hoe het ook alweer was om helemaal te ontspannen. Het duurde maar een kwartier, maar man wat is dat lekker!

Ik hoop dat wat we nu doen helpt, of in ieder geval zorgt dat ik me beter voel. Door de momenten waarop dat even lukt weet ik zeker dat ik eruit kom, al demotiveert het soms om te beseffen dat het een kwestie van weken is, en niet van een uurtje chillen en bijkomen. Ik heb dit volledig onderschat en daar baal ik van. Als we dit hadden geweten, had ik eind vorig school heul hard aan de bel getrokken en tien keer vaker ‘nee’ gezegd. Het doel is nu om met kerst terug te kijken en me dan te realiseren dat het gelukt is, en we weer kunnen overgaan tot de orde van de dag.

image

Gewoon even een leuk plaatje met een beetje roze. Omdat het kan.

Van coach kreeg ik de opdracht om uit te zoeken waar mijn grenzen liggen, wat ik eigenlijk best stom vind, want met diezelfde vraag kwam ik juist naar hem toe. Ik krijg veel tips en trucs van collega’s en heb geleerd dat velen mij zijn voorgegaan. Waarom dit een heersend taboe is, is mij een raadsel. Aan de andere kant, ik was ook te eigenwijs om naar de waarschuwingen van anderen te luisteren, dus het zal niet uitgemaakt hebben. Mijn korte termijndoelen bestaan voornamelijk uit het normaal boodschappen kunnen doen en het babytruitje voor mijn aankomende nichtje afbreien. Ik moet het per dag aankijken, maar wel de lange termijn in het vizier houden (ook al zo’n paradoxaal advies van coach waar ik te lang over na moet denken).

Ook heb ik getwijfeld om door te bloggen hierover, maar ik vind het niet eerlijk om dat niet te doen. Ik hoop alleen niet dat iemand alle tips van de afgelopen jaren dus gaat opvolgen, want die hebben schijnbaar niet echt gewerkt blijkt nu. Grenzen stellen, nee zeggen, uitrusten en leuke dingen doen, dat is mijn huiswerk voor deze week. Het voelt als het ideale leven, maar dat is het niet echt. Ik heb me erbij neergelegd dat het nu even zo is, dus kan ik zo met een gerust hart verder met het linkermouwtje breien en ondertussen daytime-tv kijken (wat overigens echt hilárisch is; hier kijkt toch geen hond naar?). Ondanks dat ik me heel goed realiseer dat het een negatieve blog lijkt, voelt dat niet zo. Ik ben niet depressief, en voel me niet (meer) hopeloos. Ik bof met het allerleukste vriendje van de wereld, dat ook nog eens zo walgelijk begripvol is en me net zolang troost tot de tranen op zijn. Verdrietig betekent niet per se ongelukkig, en gelukkig snapt hij dat. Daarnaast heb ik een aantal bijzonder hechte vriendschappen waar ik ook ontzettend hard op kan leunen. Dit, en de rust die ik nu even krijg zorgen ervoor dat ik over een tijdje weer over andere nutteloze dingen kan gaan bloggen. Misschien begin ik wel een breiblog. Of een kookblog ofzo