Tagarchief: coach

De hel die ‘shoppen op zaterdag’ heet

Zonder Ritalin de zomer in, dat was ongeveer mijn hele bucketlist sinds een paar maanden. Ik zocht naar een goed moment om alles in de kliko te tyfen en weer normaal te doen zonder adhd en alles dat erbij kwam kijken. Twee weken duurde het hele avontuur, en toen kon ik echt niet meer.

Zoals het een goede adhd’er betaamt ga ik natuurlijk geen goede voorbereiding treffen, maar besluit ik op een zaterdagavond bij Vriendje thuis om de volgende dag maar gewoon geen Ritalin meer te nemen. En eerlijk is eerlijk, de eerste week verliep eigenlijk wel ok. Week twee daarentegen was een beetje druk. In mijn achterhoofd hoor ik coach al mopperen dat ik misschien niet de beste week had gekozen voor mijn nieuwe uitdaging, maar als hij dat van tevoren had gezegd zou ik toch niet geluisterd hebben. Mijn laatste vrije avond alleen is inmiddels tien dagen geleden, dat zou er ook wel iets mee te maken kunnen hebben.

Alle drukte en chaos had ik vakkundig weten uit te stellen tot afgelopen donderdag, toen mijn hoofd midden in een hectische werkdag besloot dat het genoeg was en niet meer wilde werken. “Pak je rust,” was het mantra van alle coaches die ik had versleten. Dus ik heb alles gelaten zoals het was en ben naar huis gereden. Ik kan me niets herinneren van de rit naar huis, alleen dat ik zo helder was om eenmaal thuis de wekker een half uur later te zetten en bijna als herboren wakker werd. Ik had weer iets energie en ben teruggegaan naar het werk. Ruim een dag kon ik weer vooruit.

imageZaterdag en zondag was gereserveerd voor Vriendje, want zo doen wij dat. Plannen. “Ik wil je zien!” appte hij vrijdagavond lief. “Ik jou ook,” kwijlde ik door de telefoon terug. “Hoe gaan we dat doen?” “Kom hier! Gaan we morgenochtend terug naar jouw huis,” was zijn reactie. En een half uur later zat ik in de auto. Want ook dat is een beetje adhd dat goddank hartelijk wordt toegejuichd. De vrijdagmiddag alleen thuis leek me wel genoeg om weer een weekend vooruit te kunnen, maar vrijdagnacht sloeg werkelijk nergens op. Mocht het bestaan van adhd-aanvallen nog niet zijn erkend, dan bij dezen. Niet één tornado, maar wel honderd. Ik wist zeker dat niet alleen mijn hoofd, maar ook de rest van mijn goddelijke lijf uit elkaar zou spatten door alle chaos die allang was verdwenen. Des te groter was te opluchting toen ik zaterdagochtend uiteindelijk levend wakker werd met mijn hoofd nog intact.

“We moeten shoppen,” bedacht Vriendje op deze zonnige zaterdag. Ik lachte nog een beetje lief, zodat hij zelf wel de absurditeit van dit achterlijke idee zou inzien, maar er ging geen kwartje vallen. “Neem je pillen in,” commandeerde hij nog toen we beiden in onze eigen auto de bewoonde wereld weer inreden. Wel godver. De eerste helft van de rit bedacht ik allemaal smoesjes om niet te hoeven winkelen, maar toen de bijna onder dwang ingenomen pillen begonnen te werken begon ik er zowaar een klein beetje naar uit te kijken. De laatste keer dat ik echt heb geshopt is denk ik twee jaar geleden. Al die tijd kwam ik weg met het crisis/geld-is-op smoesje, maar ook die vlieger ging nu niet meer op. Ik moest shoppen. Op zaterdag.

Vijfhonderd winkels duurde het toen we uiteindelijk teruggingen naar de eerste winkel om de kleding te kopen waarvan we allang wisten dat die het zouden worden. Honger en uitwerkende Ritalin is een rukcombinatie, maar Vriendje was me voor door me mee te nemen naar een beschut terras voor de lunch. Een half uur en 15 mg later was ik klaar voor het tweede deel. “We gaan naar huis,” knipoogde hij een uur later lief toen ik stond te zenuwen in de rij van de kassa in het oversized warenhuis in de stad. Het was nog steeds zaterdag. Ik hoefde niet eens te zeggen dat ik het na een paar uur al zat was, hij snapte het wel. Eenmaal thuis was alles weer ok. Biertjes drinken op het balkon met de leukste man is het antwoord op alles. “Ging goed he!” Zei hij lief. “Ik ben supertrots op je,” en dat wilde ik even horen.

Moraal van dit verhaal, ik heb nog steeds een haat-liefdeverhouding met die stomme Ritalin. Ik weet niet of het de oplossing is voor alles. Vanmorgen besloten we dat het niet nodig was en dat klopte. De middag begon op het terras in de zon en nog steeds voelde ik me relaxt. Zo kon het dus ook. Doordeweek daten zit er voor mij nog niet in, maar de komende weekenden zijn door ons beiden gereserveerd. “Ik hoop dat je met koninginnedag wil komen,” riep hij een paar weken geleden al. “Maar misschien dat het te druk is voor je.” Ik snapte wat hij bedoelde, maar ik wilde geen dingen meer afzeggen of laten schieten omdat het heel misschien wel eens té druk zou kunnen zijn. Dit weekend hebben we overleefd. Niet alleen ik, maar ook hij.

Voor hem moet dit ook niet altijd leuk zijn, ook al zegt hij van wel. Halsoverkop terug moeten omdat ik weer een keer word overvallen door de chaos van buitenaf. Niet te ver vooruit kunnen plannen omdat mij dat benauwt. Niet meerdere dingen op één dag ondernemen, omdat ik anders de structuur kwijtraak. Maar na de afgelopen maanden kan ik niets anders dan zeggen dat ik ook ontzettend trots ben. Op mijn vrienden die het vaak met me te stellen hebben, maar ook op hem. Voor zijn geduld, begrip, oplossingen en vooral heul veul liefde.

Ik ben niet zo’n held

“Ga je mee?” Vraagt Date als hij vertelt dat hij vanavond met vrienden heeft afgesproken. “Leuk! Waar is het?” En totdat hij antwoord geeft ben ik behoorlijk enthousiast over zijn spontane uitnodiging. “In het centrum van Amsterdam, supergezellig!” Ruk, denk ik. Daar was ik al een beetje bang voor. Zijn definitie van gezellig strookt namelijk niet altijd met de mijne. Date is stoer en doet dat soort dingen gewoon, terwijl ik me dagenlang kan opvreten en uiteindelijk toch ga afzeggen. Dit voorstel samen met de half afgekapte terras-ervaring van afgelopen week, maakt dat ik misschien toch maar een heel klein beetje moet gaan vertellen dat ik niet zo’n held ben op drukke plaatsen.

Maar toen bedacht ik me dat ik dat wél was, alleen niet nu. Ik ging altijd overal heen en ineens ben ik daarmee gestopt. Ik vloog in m’n eentje naar Spanje en genoot van de momenten op het vliegveld en de reis zelf. Ook het slenteren door een grote stad vond ik heerlijk, maar het laatste jaar vermijd ik dat zoveel ik kan. En daar is ergens iets misgegaan, denk ik. Als dingen goed gaan raak ik nogal overmoedig en overenthousiast, waardoor alle prikkels me uiteindelijk teveel worden en ik in paniek raak. En paniek is kut. En omdat ik dat niet meer wil doe ik al die dingen niet meer, zodat dat ook niet meer gebeurt. Het rijtje met ‘plaatsen die ik niet meer leuk vind’ wordt steeds langer en omvat inmiddels vliegvelden, Ikea, grote steden en stations.

imageDus ik probeerde het rustig en genuanceerd uit te leggen aan Date, wat overigens niet echt m’n sterkste kant is. Nadat ik een hele psychoanalyse had geworpen op mijn mentale gesteldheid zag ik zelf ook een beetje in dat het allemaal nergens op sloeg. Welke debiel wil er nou niet lekker een stad in om daar een terrasje te pakken? Deze dus. “Toch apart,” zegt hij. “Want een volle klas is geen probleem.” Ik probeer hem uit te leggen dat dat natuurlijk heul anders is, maar ik snap zijn punt. Het ligt niet aan de locatie, maar aan mij. En op het punt dat je niet meer vrijwillig naar de Ikea wil, is het moment aangebroken voor een mentale schop onder je hol. Want de Ikea is de hemel op aarde.

Mijn eerste stap naar fysieke fitheid is gezet. Ik heb een fiets. Sterker nog, ik heb er al op gefietst. Kapót was ik. Met de conditie van een dood paard en gesponsord door Marlboro Light was ik allang blij dat ik het een kwartier heb volgehouden. “Elke dag een kwartiertje,” ze de cesartherapeute lieflijk. “Als je maar aan een half uur beweging per dag komt.” Ik vond een half uur per dag niet bijster lang, dus ben ik eens gaan bijhouden hoeveel tijd ik nu écht bewoog, en dat half uurtje zit er vaak al op voordat ik op het werk ben. Maar echt de boel aan het werk zetten, mwoa.

Ik heb mezelf twee maanden gegeven. In die twee maanden worden mijn fiets en ik vast heel onafscheidelijk, kan ik moeiteloos leren om fatsoenlijk te gaan shoppen en hoef ik niet meer steeds nee te verkopen bij uitnodigingen die ik dolgraag wil aannemen. Voor vanavond houden Date en ik het bij ons topplan dat hij ongegeneerd kan bierdrinken, ik hem ophaal (met de auto, in de stad) en we daarna aan mijn conditie werken. Het duurde even voordat ik hem kon overtuigen van het feit dat ik echt gelukkig word van ’s nachts autorijden in een grote stad, en mijn enthousiasme trok hem over de streep. Hij blij, ik blij.

Zon, date, Ritalin en een therapeute

“Nou,” zegt de Cesartherapeute vriendelijk terwijl ze van haar beeldscherm bijdraait naar mij. “Wat zijn je klachten zoal?” Op alle vragen van haar had ik me voorbereid, behalve op deze. Ik heb geen idee waar ik moet beginnen. “Ik voel me een beetje onrustig,” hoor ik mezelf zeggen, en mijn innerlijke ADHD-er begint keihard te lachen om dit understatement van de eeuw. Ik begin te ratelen over eeuwige spierpijn in alle spieren boven mijn navel. En over allemaal vage pijntjes waarvan ik allang weet dat ik ze zelf heb veroorzaakt. “Kom,” zegt ze. “Dan gaan we even naar je houding kijken.”

Ik loop mee naar de andere kant van de kolossale ruimte om voor een immense spiegel te gaan staan. Ze vraagt me om te gaan staan zoals ik normaal ook sta en ik doe m’n best de houding aan te nemen die me twaalf jaar geleden is aangeleerd. Knieën gebogen, borsten naar voren en kin omhoog. Maar al na vijf seconden val ik gruwelijk door de mand. Ze pakt een krukje en gebiedt me te gaan zitten zoals ik altijd zit. Ik luister braaf en ze rolt een tweede spiegel links van me zodat ik kan meekijken. Ik moet bijna huilen als ik mijn spiegelbeeld zie. Ik zie eruit als een compleet gespannen, inelkaargezakte plumpudding met een bochel. En dan tien keer zo erg. “Dat verklaart een hoop,” zeg ik zachtjes. En ze kijkt me begrijpend aan.

Eén voor één noemt ze alle klachten op die kunnen voortkomen uit mijn debiele houding en nog maffere ademhaling, en ik herken ze allemaal. “Wanneer is dit gebeurd?” vraag ik me hardop af. “Zo sta ik nooit op foto’s, maar mijn vrienden en collega’s hebben dus dit beeld van mij.” Ze weet me gerust te stellen door te zeggen dat ik dit ook weer kan veranderen, al zal dat niet binnen een week gaan. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest om een therapie volledig af te ronden als nu. Ze komt voor me staan en ik moet meekijken naar de plumpudding links in de spiegel. “Je geeft jezelf niet eens ruimte om fatsoenlijk te ademen,” zegt ze. Ik snap wat ze bedoelt nu ik mijn ineengedoken lijf zie. “Geen wonder dat je vaak zo duizelig bent.” Ze drukt mijn schouders naar achteren, mijn onderrug naar voren en ik voel gelijk dat ik meer lucht krijg. “Het doet pijn,” zeg ik tegen haar, maar ik besef ineens dat elke houding me de laatste weken pijn doet.

Ze legt nog een kwartier uit wat mijn houding doet met mijn spieren en ademhaling, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de mogelijkheid om te kunnen ontspannen. Ik herken het allemaal, samen met de effecten op mijn onrust. Ik krijg een korte oefening mee die ik een week lang ieder uur (!) even moet doen, en na deze week maken we een nieuwe afspraak. Ze vertelt nog even dat dit niet van het roken komt (yes!) en dat ik niet hoef te stoppen (ziejewel). Onderweg naar huis baal ik ervan dat ik het zover heb laten komen, maar ben ik toch blij dat ik op tijd aan de bel heb getrokken. Ik ben echt supergemotiveerd en ervan overtuigd dat ik voor de zomer van alle vage klachten af ben en dan de hele dag nonstop in de zon kan zitten relaxen.

Met mijn date, want die is er ook nog. De hoop op een doordeweekse date met mij op korte termijn heeft hij inmiddels opgegeven, dus we houden het voorlopig lekker op de weekenden. Als tegenprestatie heb ik aangegeven mijn vrijdagavonden in te ruilen. Coach zei vorig jaar iets over geven en nemen ofzo, en ik vind dit een prima oplossing. Ik bestel de pizza, hij neemt het bier mee en we genieten van een überrelaxte vrijdagavond. Samen.

“Je moet je pillen nemen,” roept hij als we de volgende dag aan de ontbijttafel zitten. “Eigenwijs,” en ik krijg een lieve knipoog erbij. Ik probeer mijn meest boze blik toe te werpen maar het mislukt jammerlijk. Een half uur later is het eindelijk rustig in m’n hoofd en ben ik zowaar in staat de plannen voor vandaag op een rijtje te zetten. Hij weet heel berekenend een echtelijke ruzie te voorkomen over wie naar de supermarkt moet om eieren te halen, door voor te stellen om samen maar te gaan. Samen. Naar de supermarkt. Op zaterdag. “Ik doe niet samen boodschappen,” zeg ik stellig. “Nooit.” Ik weet niet wat er in die tien minuten daarna gebeurde, maar ineens staan we samen voor het zuivelschap een pak melk uit te zoeken. Verdomme. “Eieren en ham,” zegt hij nogmaals. “Verder heb je alles in huis zei je.” Ik zeg wel vaker wat, maar daar komt hij nog wel achter. Een kwartier later staan we (samen!) in de rij en ik gooi de band vol met allemaal dingen die ik waarschijnlijk helemaal niet nodig heb. “Ik zie het al,” zegt hij lief. “Ik doe later de boodschappen wel. We hadden alleen eieren en ham nodig,” herhaalt hij als ik een jaarvoorraad kattenvoer en wijn uit het mandje haal. “Prima,” antwoord ik. “Dan kook ik wel.”

Een uur later willen we de zon in, het terras op. “Weet je het zeker?” vraag ik nog. En ja, hij wist het zeker. En zo zit ik nog een half uur later volledig ontspannen op een terras in de zon naast de leukste man van de wereld. Er valt urenlang geen enkele stilte en eigenlijk lachen we onafgebroken terwijl we burgerlijk tegen elkaar aanzitten. Ineens wordt het drukker en zie ik dat het terras volzit. Overal lopen mensen om ons heen en iedereen begint te praten. Ik kan het gesprek niet meer volgen en probeer alle geluiden uit te zetten, maar het lukt niet. Ik zet een zonnebril op omdat de zon en alle kleuren om me heen feller lijken te worden. “Je trilt,” zegt ie ineens. Ik vraag hoe laat het is en als hij op z’n horloge kijkt stelt hij voor om terug te gaan. Als hij opstaat kijkt hij me heel even begripvol aan en pas dan realiseer ik me dat de Ritalin is uitgewerkt.

In de auto knal ik er een tweede dosis in en eenmaal thuis vraag ik me af waarom we zijn weggegaan. Mijn balkon is in vijf minuten zonproof gemaakt en gewapend met tosti’s ploffen we neer. Klaar om de rest van de dag te relaxen. Samen.