Tagarchief: geluk

Verrassing

Lief dagboek,

Ik heb een hele drukke, maar best leuke week gehad en daardoor ben ik een beetje vergeten te bloggen. Kijk, ik heb sindskort een vriendje en daardoor heb ik geen tijd meer voor andere dingen. Eigenlijk is dat helemaal niet waar, maar ik wilde gewoon even vertellen dat Date nu Vriendje is geworden. Vet leuk! En het is superlekker weer buiten en iedereen is blij enzo en oh ja, ik neem sinds vorige week ook geen pillen meer.

imageEn zoals ik in mijn laatste blog al schreef, had ik beloofd om Vriendje zaterdagavond met de auto op te halen in de stad. Zaterdagavond… Stad… Dat dus. Hij had netjes verteld waar ik moest zijn en ik heb op mijn beurt netjes doorgegeven hoe laat ik wegreed. Ik was alleen even vergeten dat niet elke binnenstad geschikt is om op zaterdagnacht rustig aan de kant van de weg te wachten tot meneer de auto heeft bereikt, dus nadat ik hem stoïcijns voorbijreed was het tijd voor de eerste hulplijn, en belde ik Vriendje op. “Hou maar rechts aan tot je ergens stil kan staan, ik loop die kant wel op,” zei hij lief. Mooi, dat scheelde weer een stressfactor. En na tien minuten stond ik tussen een politiebureau en wat rode lampjes in. Na twee pogingen van twee vreemde mannen om mijn auto te openen, kwam Vriendje me redden. Zoals het hoort.

“Blijf je morgen voetbal kijken?” Vroeg hij toen we eindelijk op de bank zaten. “Nee gek, voetbal is stom.” Pas toen ik naar hem keek bedacht ik me dat het een uitnodiging was die ik al had afgeslagen voordat ik erover nadacht. “Grapje. Tuurlijk blijf ik,” herstelde ik snel. En ik bleef inderdaad. En weet je wat we die dag gedaan hebben? Helemaal niets! Voetbal gekeken, biertjes gedronken, gelachen, gegeten, en allemaal dingen die je alleen met je vriendje mag doen. Verder niets. En het was heerlijk. Ik had even geen werk, geen afwas, geen verplichtingen, geen todo-lijstje en geen adhd. Ik was zelfs zo relaxt, dat ik de hele dag niet heb gerookt. Ik bedoel maar.

Maar toen Vriendje na het eten voorzichtig zei dat ik best nog een nachtje kon blijven slapen, kwam mijn hele planning weer in me op. Alsof ik op maandagochtend eerst naar huis zou gaan en dan nog naar mijn werk!? Ik bedoel, zoveel planning en stress kan zelfs ik niet aan. Maar als je flieft bent dan heb je zelfs dat er voor over, dus ik lachte lieflijk en mompelde iets terug. Ok. Planning. Ik rekende uit dat ik maar een uur eerder mijn zijn nest uit zou moeten, naar mijn huis zou rijden, spullen pakken, poez aaien, en op naar het werk. Dat zou moeten lukken, volgens mij functioneert half Nederland zo in de lente. En inderdaad, het lukte! Stressloos kwam ik op mijn werk aan en, belangrijker nog, ruim op tijd.

imageHoe leuk ik Vriendje ook vind, na twee dagen weer een avond thuis zijn is soms echt the best. Dus ik ben lekker een avond verdwaald op internet en heb daar allemaal leuke dingen gevonden die ik in mijn huisje wilde hebben en ik vond leuke cadeautjes voor mijn wijnclubvriendinnetjes. Die zou ik morgen wel bestellen, maar dat geduld had ik niet. Na poging één verscheen er een beeldvullende foutmelding op mijn scherm en besloot ik maar te gaan slapen. Dus toen ik de volgende dag vrij was, sjeesde ik in één streep naar de stad om dan maar in een niet-online winkel te kopen wat ik wilde. Toen ik binnenkwam vroeg ik me af waarom ik dat niet vaker deed en toen herinnerde ik me weer dat ik dat niet meer durfde. Ik glimlachte een beetje en besloot wat langer in de winkel te blijven dan nodig, dus kocht ik gelijk maar een horloge om te zien hoe lang dat nou echt was. Ik geloof dat ik de laatste adhd’er was die nog zonder liep, dus dit was echt een noodzakelijk iets. Blij met mijn nieuwe aanwinsten reed ik terug toen ik op mijn neue horloge zag dat ik nog maar drie kwartier had voor de volgende afspraak. Gelukkig had ik geen ruk zin om te koken, dus een tussenstop bij de lokale snackbar was volledig geoorloofd.

Nadat ik had besteld ging ik zitten. Raar, dat ik nog nooit echt hier binnen was geweest. Misschien kwam dat omdat ik altijd van tevoren doorbelde wat ik wilde hebben en dat stipt op tijd kwam ophalen. Omdat ik een hekel heb aan wachten. Zó erg, dat ik dat soort dingen dus doe. Maar nu was het anders, want ik zat daar rustig totdat mijn voedsel klaar was. Eenmaal thuis keek ik nog een keer naar mijn aanschaf en drong tot me door dat ik me een uur had verteld. Bonustijd! En ik besloot te gaan afwassen (huh?). En weer een uur later stond ik stipt op tijd (!) bij mijn wijnclubbuddy voor de deur om naar een voorstelling te gaan. Zo eentje waar je stil moest blijven zitten en waarvan je vooraf alle nooduitgangen checkt en alleen maar aan het aftellen bent hoe lang je nog moet. En wat ik geen van allen heb gedaan deze avond, omdat ik me een keer echt heb laten meenemen door iets.

Dus toen ik me vanmiddag realiseerde dat ik deze week alleen maar dingen had gedaan waar ik mezelf twee maanden de tijd voor had gegeven, ging ik nadenken. Wat was er anders? Eigenlijk helemaal niets. Hoe kan het dat ik nu ineens probleemloos de stad inloop, iets waar ik normaliter twee dagen van moet bijkomen? En dat er geen afwas staat? Die vragen wil ik eigenlijk helemaal niet beantwoorden, maar het valt niet te negeren. Ik wilde deze zomer zonder Ritalin bereiken wat ik de afgelopen twee jaar mét deed. En voor het eerst vraag ik me af of ik zowaar een doel heb bereikt…

Ik ben niet zo’n held

“Ga je mee?” Vraagt Date als hij vertelt dat hij vanavond met vrienden heeft afgesproken. “Leuk! Waar is het?” En totdat hij antwoord geeft ben ik behoorlijk enthousiast over zijn spontane uitnodiging. “In het centrum van Amsterdam, supergezellig!” Ruk, denk ik. Daar was ik al een beetje bang voor. Zijn definitie van gezellig strookt namelijk niet altijd met de mijne. Date is stoer en doet dat soort dingen gewoon, terwijl ik me dagenlang kan opvreten en uiteindelijk toch ga afzeggen. Dit voorstel samen met de half afgekapte terras-ervaring van afgelopen week, maakt dat ik misschien toch maar een heel klein beetje moet gaan vertellen dat ik niet zo’n held ben op drukke plaatsen.

Maar toen bedacht ik me dat ik dat wél was, alleen niet nu. Ik ging altijd overal heen en ineens ben ik daarmee gestopt. Ik vloog in m’n eentje naar Spanje en genoot van de momenten op het vliegveld en de reis zelf. Ook het slenteren door een grote stad vond ik heerlijk, maar het laatste jaar vermijd ik dat zoveel ik kan. En daar is ergens iets misgegaan, denk ik. Als dingen goed gaan raak ik nogal overmoedig en overenthousiast, waardoor alle prikkels me uiteindelijk teveel worden en ik in paniek raak. En paniek is kut. En omdat ik dat niet meer wil doe ik al die dingen niet meer, zodat dat ook niet meer gebeurt. Het rijtje met ‘plaatsen die ik niet meer leuk vind’ wordt steeds langer en omvat inmiddels vliegvelden, Ikea, grote steden en stations.

imageDus ik probeerde het rustig en genuanceerd uit te leggen aan Date, wat overigens niet echt m’n sterkste kant is. Nadat ik een hele psychoanalyse had geworpen op mijn mentale gesteldheid zag ik zelf ook een beetje in dat het allemaal nergens op sloeg. Welke debiel wil er nou niet lekker een stad in om daar een terrasje te pakken? Deze dus. “Toch apart,” zegt hij. “Want een volle klas is geen probleem.” Ik probeer hem uit te leggen dat dat natuurlijk heul anders is, maar ik snap zijn punt. Het ligt niet aan de locatie, maar aan mij. En op het punt dat je niet meer vrijwillig naar de Ikea wil, is het moment aangebroken voor een mentale schop onder je hol. Want de Ikea is de hemel op aarde.

Mijn eerste stap naar fysieke fitheid is gezet. Ik heb een fiets. Sterker nog, ik heb er al op gefietst. Kapót was ik. Met de conditie van een dood paard en gesponsord door Marlboro Light was ik allang blij dat ik het een kwartier heb volgehouden. “Elke dag een kwartiertje,” ze de cesartherapeute lieflijk. “Als je maar aan een half uur beweging per dag komt.” Ik vond een half uur per dag niet bijster lang, dus ben ik eens gaan bijhouden hoeveel tijd ik nu écht bewoog, en dat half uurtje zit er vaak al op voordat ik op het werk ben. Maar echt de boel aan het werk zetten, mwoa.

Ik heb mezelf twee maanden gegeven. In die twee maanden worden mijn fiets en ik vast heel onafscheidelijk, kan ik moeiteloos leren om fatsoenlijk te gaan shoppen en hoef ik niet meer steeds nee te verkopen bij uitnodigingen die ik dolgraag wil aannemen. Voor vanavond houden Date en ik het bij ons topplan dat hij ongegeneerd kan bierdrinken, ik hem ophaal (met de auto, in de stad) en we daarna aan mijn conditie werken. Het duurde even voordat ik hem kon overtuigen van het feit dat ik echt gelukkig word van ’s nachts autorijden in een grote stad, en mijn enthousiasme trok hem over de streep. Hij blij, ik blij.

Zon, date, Ritalin en een therapeute

“Nou,” zegt de Cesartherapeute vriendelijk terwijl ze van haar beeldscherm bijdraait naar mij. “Wat zijn je klachten zoal?” Op alle vragen van haar had ik me voorbereid, behalve op deze. Ik heb geen idee waar ik moet beginnen. “Ik voel me een beetje onrustig,” hoor ik mezelf zeggen, en mijn innerlijke ADHD-er begint keihard te lachen om dit understatement van de eeuw. Ik begin te ratelen over eeuwige spierpijn in alle spieren boven mijn navel. En over allemaal vage pijntjes waarvan ik allang weet dat ik ze zelf heb veroorzaakt. “Kom,” zegt ze. “Dan gaan we even naar je houding kijken.”

Ik loop mee naar de andere kant van de kolossale ruimte om voor een immense spiegel te gaan staan. Ze vraagt me om te gaan staan zoals ik normaal ook sta en ik doe m’n best de houding aan te nemen die me twaalf jaar geleden is aangeleerd. Knieën gebogen, borsten naar voren en kin omhoog. Maar al na vijf seconden val ik gruwelijk door de mand. Ze pakt een krukje en gebiedt me te gaan zitten zoals ik altijd zit. Ik luister braaf en ze rolt een tweede spiegel links van me zodat ik kan meekijken. Ik moet bijna huilen als ik mijn spiegelbeeld zie. Ik zie eruit als een compleet gespannen, inelkaargezakte plumpudding met een bochel. En dan tien keer zo erg. “Dat verklaart een hoop,” zeg ik zachtjes. En ze kijkt me begrijpend aan.

Eén voor één noemt ze alle klachten op die kunnen voortkomen uit mijn debiele houding en nog maffere ademhaling, en ik herken ze allemaal. “Wanneer is dit gebeurd?” vraag ik me hardop af. “Zo sta ik nooit op foto’s, maar mijn vrienden en collega’s hebben dus dit beeld van mij.” Ze weet me gerust te stellen door te zeggen dat ik dit ook weer kan veranderen, al zal dat niet binnen een week gaan. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest om een therapie volledig af te ronden als nu. Ze komt voor me staan en ik moet meekijken naar de plumpudding links in de spiegel. “Je geeft jezelf niet eens ruimte om fatsoenlijk te ademen,” zegt ze. Ik snap wat ze bedoelt nu ik mijn ineengedoken lijf zie. “Geen wonder dat je vaak zo duizelig bent.” Ze drukt mijn schouders naar achteren, mijn onderrug naar voren en ik voel gelijk dat ik meer lucht krijg. “Het doet pijn,” zeg ik tegen haar, maar ik besef ineens dat elke houding me de laatste weken pijn doet.

Ze legt nog een kwartier uit wat mijn houding doet met mijn spieren en ademhaling, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de mogelijkheid om te kunnen ontspannen. Ik herken het allemaal, samen met de effecten op mijn onrust. Ik krijg een korte oefening mee die ik een week lang ieder uur (!) even moet doen, en na deze week maken we een nieuwe afspraak. Ze vertelt nog even dat dit niet van het roken komt (yes!) en dat ik niet hoef te stoppen (ziejewel). Onderweg naar huis baal ik ervan dat ik het zover heb laten komen, maar ben ik toch blij dat ik op tijd aan de bel heb getrokken. Ik ben echt supergemotiveerd en ervan overtuigd dat ik voor de zomer van alle vage klachten af ben en dan de hele dag nonstop in de zon kan zitten relaxen.

Met mijn date, want die is er ook nog. De hoop op een doordeweekse date met mij op korte termijn heeft hij inmiddels opgegeven, dus we houden het voorlopig lekker op de weekenden. Als tegenprestatie heb ik aangegeven mijn vrijdagavonden in te ruilen. Coach zei vorig jaar iets over geven en nemen ofzo, en ik vind dit een prima oplossing. Ik bestel de pizza, hij neemt het bier mee en we genieten van een überrelaxte vrijdagavond. Samen.

“Je moet je pillen nemen,” roept hij als we de volgende dag aan de ontbijttafel zitten. “Eigenwijs,” en ik krijg een lieve knipoog erbij. Ik probeer mijn meest boze blik toe te werpen maar het mislukt jammerlijk. Een half uur later is het eindelijk rustig in m’n hoofd en ben ik zowaar in staat de plannen voor vandaag op een rijtje te zetten. Hij weet heel berekenend een echtelijke ruzie te voorkomen over wie naar de supermarkt moet om eieren te halen, door voor te stellen om samen maar te gaan. Samen. Naar de supermarkt. Op zaterdag. “Ik doe niet samen boodschappen,” zeg ik stellig. “Nooit.” Ik weet niet wat er in die tien minuten daarna gebeurde, maar ineens staan we samen voor het zuivelschap een pak melk uit te zoeken. Verdomme. “Eieren en ham,” zegt hij nogmaals. “Verder heb je alles in huis zei je.” Ik zeg wel vaker wat, maar daar komt hij nog wel achter. Een kwartier later staan we (samen!) in de rij en ik gooi de band vol met allemaal dingen die ik waarschijnlijk helemaal niet nodig heb. “Ik zie het al,” zegt hij lief. “Ik doe later de boodschappen wel. We hadden alleen eieren en ham nodig,” herhaalt hij als ik een jaarvoorraad kattenvoer en wijn uit het mandje haal. “Prima,” antwoord ik. “Dan kook ik wel.”

Een uur later willen we de zon in, het terras op. “Weet je het zeker?” vraag ik nog. En ja, hij wist het zeker. En zo zit ik nog een half uur later volledig ontspannen op een terras in de zon naast de leukste man van de wereld. Er valt urenlang geen enkele stilte en eigenlijk lachen we onafgebroken terwijl we burgerlijk tegen elkaar aanzitten. Ineens wordt het drukker en zie ik dat het terras volzit. Overal lopen mensen om ons heen en iedereen begint te praten. Ik kan het gesprek niet meer volgen en probeer alle geluiden uit te zetten, maar het lukt niet. Ik zet een zonnebril op omdat de zon en alle kleuren om me heen feller lijken te worden. “Je trilt,” zegt ie ineens. Ik vraag hoe laat het is en als hij op z’n horloge kijkt stelt hij voor om terug te gaan. Als hij opstaat kijkt hij me heel even begripvol aan en pas dan realiseer ik me dat de Ritalin is uitgewerkt.

In de auto knal ik er een tweede dosis in en eenmaal thuis vraag ik me af waarom we zijn weggegaan. Mijn balkon is in vijf minuten zonproof gemaakt en gewapend met tosti’s ploffen we neer. Klaar om de rest van de dag te relaxen. Samen.