Tagarchief: huishouden

Mannengriep voor vrouwen

Ik ben ziek. Door mijn liefdevolle omgeving gediagnosticeerd met de vrouwelijke variant op mannengriep. Want ik voel me al dagen ongelooflijk zielig en hangerig en sneu. Maar vrouwen zijn nooit ziek, dat hoort niet, dus heb ik tegen alle regels in me vanmorgen toch maar ziekgemeld en me met dekbed, poez, pot thee en de iPad op de bank geïnstalleerd. Ik wilde namelijk uitrusten want dat zou me vast goed doen, vandaar dat ik besloot om ook maar geen Ritalin te nemen vandaag. Dus om de dag door te komen heb ik maar een soort van dagboekje bijgehouden.

7:30 Nadat de ontzettend lekker vismaaltijd van gisteravond via de verkeerde kant mijn lichaam had verlaten was ik het zat. Geen werk vandaag, alleen al omdat ik als de dood ben een keer in een volle klas over m’n nek te moeten gaan. De ochtend-routine douchen-aankleden-eten zat er al op. Meer dan ik op een vrije dag rond het middaguur voor elkaar krijg.
Status: hondsberoerd. Ik denk dat ik niet lang meer heb.

8:30 Ik heb al mijn Candycrushlevens verspeeld en besluit een film te gaan kijken. Ik was alleen even vergeten dat de KPN mij haat en ik dus geen televisieverbinding had. Gelukkig wel een iPad, dus op zoek naar een leuke film.
Status: opgetogen.

10:00 Ik heb mijn Facebooklijst opgeschoond, filmpjes van rennende kittens gekeken, mijn digitale schapen geschoren en mailtjes uit 2004 teruggelezen. Oh ja, ik ging een film kijken. Weer anderhalf uur die ik nooit meer terugkrijg.
Status: wanhopig

11:00 Honger! Ik kan inmiddels niet meer zien welke kleur mijn aanrecht heeft door alle zooi die erop staat, tijd om op te ruimen dus.
Status: ernstig ondervoed.

12:30 Jankend, eenzaam en verbitterd as hell loop ik door de keuken omdat ik zonodig allemaal Valentijnsplaylists moest draaien en ik vandaag alle mannen haat. Mijn aanrecht is zo mogelijk nog voller en ik heb nog steeds mega-honger.
Status: forever alone.

13:30 Ik heb 36 onverzonden brieven aan mijn ex-vriendjes geschreven, maar geloof niet dat het sociaal gepast is om in elke alinea de woorden ‘hufter’ ‘klootzak’ en ‘ondankbaar stuk vreten’ te gebruiken. Ik heb inmiddels wel twee vette tosti’s gebouwd.
Status: opgelucht en voldaan.

14:00 De schoonmaakster is er en ik zit klaar met mijn notebook om aantekeningen te maken hoe zij toch in vredesnaam in twee uur tijd mijn hele huis schoonmaakt. In plaats daarvan zijn we het erover eens dat echt alle mannen grote baby’s zijn, ik een zeem moet kopen en mijn keukenkastjes veel efficienter kan inrichten. En we kijken mannen op schaatsen.
Status: enthousiast.

15:00 Mijn woonkamer en keuken zijn schoon (huh?) en ik heb besloten dat ik een kast in de keuken wil om voorraadspullen in op te bergen. Ik plof weer op de bank om op Marktplaats te gaan kijken waar ik een open haard koop. Ik bedenk me dat ik nog twee kleine plankjes ergens in de werkkamer heb liggen en gewapend met een schroevendraaier trek ik ze uit de kast en hang in vijf minuten de eerste plank aan de keukenmuur. De tweede komt later wel.
Status: bobdebouwerig.

16:00 De derde date met mijn stoppen-met-rokencoach die tot de conclusie is gekomen dat ik een ‘tevreden roker’ ben. Ik beaam dat, en geef aan dat het zijn taak is om van mij een niet-roker te maken. Waarna hij doodleuk vraagt: ‘hoe krijg ik een adhd-er van het roken af?’ en hij besluit om een hulplijn in te schakelen in de vorm van een collega die gespecialiseerd is in adhd-ers. Ah fijn, die zal ik ergens in de afgelopen jaren vast wel een keer hebben ontmoet.
Status: razend enthousiast.

16:30 Ik sta bij de supermarkt en realiseer me dat ik vandaag alleen maar die laffe tosti’s heb gegeten, weggespoeld met kilo’s mandarijntjes. Ik weet zeker dat een menselijk lichaam meer bouwstoffen nodig heeft en ik ben ervan overtuigd dat ik ter plekke neer ga vallen. Het past ook wel bij mij, mijn laatste minuten in de rij van de supermarkt doorbrengen. Waarschijnlijk net nadat ik een fles wijn op de band heb gezet.
Status: algehele paniek.

17:00 Een mailtje, wanneer ik de open haard kom ophalen. Kak! Even vergeten dat ik daar helemaal geen plek voor heb. Ik zoek de advertentie erbij en zie weer die prachtige wit-met-roze schouw, dat ik spontaan een bod wil uitbrengen. Je kan jezelf dus niet overbieden op Marktplaats. Weer wat geleerd vandaag.
Status: nog steeds honger, bomvol hoofd, en overtuigd van het feit dat een werkdag bijna niet te overleven is zonder Ritalin. Behalve als je ziek bent.

Binnenhuisarchitectuur voor dummies

Regelmatig struin ik het internet af op zoek naar nieuwe ideeën voor mijn woonkamer en allemaal leuke plaatjes van werkkamers, badkamers en keukens met het idee om dan maar een heel weekend mijn huis te gaan herinrichten. Ook hier is een patroon in te ontdekken. Na tien pogingen heb ik eindelijk de juiste zoekopdracht ingetypt en omdat ik geen zin heb om complete epistels te gaan lezen over hoe ik mijn huis ADHD-proof maak, zoek ik gewoon direct op afbeeldingen en de aller- allerleuksten sla ik dan op in een map die ik nog nooit van mijn leven heb ingekeken. Zoeken op ‘adhd’ en ‘woonkamer’ levert echt geen enkele afbeelding op, alleen maar lappen tekst en websites met handige tips enzo voor mensen die soms een beetje druk zijn. Ik besloot me daarin te gaan verdiepen zonder vooroordelen en te kijken hoe ik mijn eigen huis zodanig kan inrichten, dat ik me heel kalm en sereen zou wanen in een oase van rust.

De volgens het internet ‘adhd-vriendelijke inrichtingen’ ervaar ik als de hel op aarde. Ik weet dat ik het me soms lastig maak met allemaal impulsen en prikkels om me heen, maar misschien heb ik daar onbewust een reden voor. Op internet ziet alles er allemaal prachtig uit, maar ik ken van alle soorten toch zeker één of meerdere woonkamers als voorbeeld. Ik zal ze hieronder kort(!), geordend(!) en puntsgewijs(!) toelichten.

Zorg voor een eenvoudige en rustige inrichting van je huis. Hier begint het al, wat is ‘eenvoudig’? Bank, tafel en tv? En de rest dan? En rustig, als in wit, grijs en zwart? Met andere woorden: te omslachtig en waarschijnlijk ook veel te saai. Dit type woonkamer is de vereenvoudigde versie van een gesloten inrichting. Althans, zo stel ik me die voor.

Geen achtergrondgeluiden van radio of televisie. Enig idee hoe een huis klinkt zonder geluiden? Stil. Heel erg stil. Zo stil, dat ik er bang van word. Zo stil, dat ik af en toe zelf maar geluid maak, alleen om te checken of ik niet plotseling doof ben geworden. Ik kan niet eten als de tv of radio niet aan is en al helemaal niet als er anderen zijn. Ik hoef niet te horen hoe het menselijk lichaam voedsel verwerkt, ik hoor liever een leuk liedje zodat ik op m’n gemak mijn diner kan verorberen. Als het even kan op de maat van de muziek.

• Gebruik in iedere kamer dezelfde kleuren. Mijn woonkamer is bruin met een heel klein beetje roze. Mijn keuken wit en bruin, de badkamer paars en aquablauw en de werkkamer roze met wit. Ik ben dingen nogal gauw zat wat zou betekenen dat ik in een impulsieve bui niet slechts één kamer overhoop moet halen, maar mijn hele huis. Niets zo veranderlijk als de gemoedstoestand van een iemand met adhd en nu heb ik voor elke mood een andere ruimte. Ik wil niet mijn werkkamer ingaan om een andere stemming te maken en daar exact hetzelfde tegenkomen. Ik zie de logica er niet van in om van alle kamers een eenheidsworst te maken. Er zitten niet voor niets deuren in.

Plaats alleen noodzakelijke spullen in de woonkamer. Enorm gezellig lijkt me dat, ’s avonds op de bank zitten met links van me een sobere lamp, voor me de salontafel en daarachter de televisie (o nee, dat mocht niet). Nee echt, ik zou knalgelukkig worden daar. Vergeet niet de muren wit te houden, dat creeërt rust geloof ik. Als mensen daar gelukkig van werden, had de Ikea geen bestaansrecht. Bovendien vind ik alles in mijn woonkamer belangrijk, ook die stapel folders die al weken geleden in de oudpapierbak hadden gekund.

Berg alles op in dichte kasten of dozen. Net als in een museum. Die huizen ken ik en ik word er kriegelig van. Alles moet uit het zicht en de woonkamer ziet eruit als een showroom. Nergens is een teken van leven te ontdekken en de tijd lijkt er stil te staan. Dit is het soort woning waar ik altijd zo min mogelijk tijd in poog door te brengen. Brr.

Planten stralen rust uit. En wie gaat die dingen dan water geven? Zelfs vetplanten en cacti overleven het gewoon niet in mijn huis. Als ze geen geluid maken vergeet ik ze en omdat ze zoveel rust uitstralen negeer ik ze. Bovendien word ik nogal agressief van de kleur groen.

Een vaste opbergplek voor je spullen. Haha.

Waarom zelfs de kat mij nu zat is

Het is maandagmiddag en ik zit op de bank. Nu is dat an sich niet wereldschokkend, ware het niet dat ik hier al bijna twee dagen zit. Niet omdat ik zwaar depressief ben, vastgebonden, of een gebroken been heb. Nee, veel lulliger nog. Mijn oog is ontstoken. En omdat ik bijna alle spelletjes al honderd keer heb uitgespeeld en zelfs poez me gewoon zat is, is het schrijven van deze blogpost ongeveer het hoogtepunt van deze maandag.

Niet alleen wakker heb ik af en toe rare acties, maar slapend schijnbaar ook. Dus toen ik zondagnacht wakker werd met het kussen aan mijn ogen vastgeplakt, had ik al een beetje het vermoeden dat ik dat de volgende dag zou gaan merken. En ja hoor. Op de tast kon ik mijn telefoon vinden om daarmee de huisarts te bellen. Dat het zondag was begreep ik pas toen de assistente mij het tarief uitlegde voor telefonische adviezen tijdens de weekenddienst. Dus gisterochtend vroeg heb ik een vriendin uit bed gebeld die als blindegeleidehond fungeerde en mij richting de spoedpost van het ziekenhuis leidde. Ik kreeg wat druppels mee en oogzalf, maar zou vandaag nog vroeger moeten terugkomen.

Eenmaal thuis had ik besloten dat dit echt geen ruk aan was. Normaal gesproken heb ik lenzen in en zie ik zonder ze helemaal niets dat verder dan een meter bij mij vandaan is. Dus toen ik had bedacht om een film te gaan kijken en me op de salontafel te nestelen omdat die een meter bij de tv vandaan stond, heb ik de rest van de dag paracetamol moeten nemen om van die giga-hoofdpijn af te komen. Slapen mocht ook niet, want ik moest zogenaamd mijn ogen open houden. Een boek lezen ging net, mits ik het boek zelf van rechts naar links bewoog en mijn ogen stilhield. Net toen ik dacht dat ik gillend gek zou worden, stond er een collega voor mijn deur met een tas boodschappen en een warme maaltijd.

Vanmorgen was er nog niets veranderd en de hypochonder in me zeurde dat ik met één oog ook best kon leven. Eenmaal bij de oogarts kreeg ik andere zalf mee en de derde apotheek had die zowaar op voorraad waarna ik jubelend naar huis ging. Et voila, na tien minuten kon ik pijnloos vooruit kijken en verklaarde ik mezelf weer genezen. Ik belde euforisch de oogarts op om te vertellen dat ik morgen niet kwam en hoe laat ik mijn lenzen weer in mocht doen. Ik denk niet dat ze me helemaal begreep, want ze zei iets over littekens, herpes en schade opnemen en dat als ik morgen niet terugkwam ze me een dikke boete zou sturen en of ik gek was geworden. Vet onaardig, dus kon ik weer mijn baas bellen dat ik ook morgen niet kon komen (mijn laatste ziekmelding dateert uit 2012, alleen al daarom ben ik strontchagrijnig). Ik loop nu al achter op mijn werk en de hele dag piept mijn mailbox terwijl ik niets kan doen behalve terugmailen.

Gisteravond laat vroeg ik me hardop af hoe ik in godesnaam de dag was doorgekomen. Met veel Ritalin, poez achterna rennen, ipadspelletjes, telefoontjes met mijn date-to-be (zo’n beetje het belangrijkste van deze hele blogpost), en een hoorspel waarbij ik de tv steeds van zender veranderde en dan binnen een minuut moest raden welk programma het was. Dat was ook het moment waarop ik een kort bedankje uitsprak dat ik nog nooit één van mijn benen heb gebroken en nog langer en nog verplichter op deze bank heb moeten zitten. Want hoe graag ik soms ook verlang naar een dag rust, dit is echt te gek voor woorden. Ik kan nu pas de deur uit omdat ik mijn ogen kan openen zonder dat ik eruitzie als iemand die net voor het eerst gedumpt is. Autorijden kan niet, omdat ik nog steeds zonder lenzen zit nadat ik besloot alle tips van de oogarts toch maar op te volgen.

Mijn tweede afleiding vandaag was de schoonmaakster die uiteindelijk een uur langer moest blijven om al mijn ellende aan te horen. Ik wilde deze keer goed opletten hoe ze in twee uur tijd mijn huis toch zo schoon kreeg, maar ik kon niets zien dus toen heb ik steeds gevraagd wat ze aan het doen was, waarna ze weer iets verder bij me vandaan ging werken en ik het nu nog niet weet. Ik vroeg of ze het niet erg vond dat ik thuis was, maar ze gaf niet echt antwoord. Waarschijnlijk was ze gewoon heel geconcentreerd mijn was aan het doen en heeft ze me niet gehoord. Toen ze wegging mompelde ze nog iets over ‘rust’ dus volgens mij wenste ze me veel beterschap.

Moraal van dit verhaal: ik kijk nu dus uit naar het moment waarop ik straks boodschappen mag gaan doen, en ik heb een date. En hele leuke zelfs…