Tagarchief: hypochonder

Ik ben niet zo’n held

“Ga je mee?” Vraagt Date als hij vertelt dat hij vanavond met vrienden heeft afgesproken. “Leuk! Waar is het?” En totdat hij antwoord geeft ben ik behoorlijk enthousiast over zijn spontane uitnodiging. “In het centrum van Amsterdam, supergezellig!” Ruk, denk ik. Daar was ik al een beetje bang voor. Zijn definitie van gezellig strookt namelijk niet altijd met de mijne. Date is stoer en doet dat soort dingen gewoon, terwijl ik me dagenlang kan opvreten en uiteindelijk toch ga afzeggen. Dit voorstel samen met de half afgekapte terras-ervaring van afgelopen week, maakt dat ik misschien toch maar een heel klein beetje moet gaan vertellen dat ik niet zo’n held ben op drukke plaatsen.

Maar toen bedacht ik me dat ik dat wél was, alleen niet nu. Ik ging altijd overal heen en ineens ben ik daarmee gestopt. Ik vloog in m’n eentje naar Spanje en genoot van de momenten op het vliegveld en de reis zelf. Ook het slenteren door een grote stad vond ik heerlijk, maar het laatste jaar vermijd ik dat zoveel ik kan. En daar is ergens iets misgegaan, denk ik. Als dingen goed gaan raak ik nogal overmoedig en overenthousiast, waardoor alle prikkels me uiteindelijk teveel worden en ik in paniek raak. En paniek is kut. En omdat ik dat niet meer wil doe ik al die dingen niet meer, zodat dat ook niet meer gebeurt. Het rijtje met ‘plaatsen die ik niet meer leuk vind’ wordt steeds langer en omvat inmiddels vliegvelden, Ikea, grote steden en stations.

imageDus ik probeerde het rustig en genuanceerd uit te leggen aan Date, wat overigens niet echt m’n sterkste kant is. Nadat ik een hele psychoanalyse had geworpen op mijn mentale gesteldheid zag ik zelf ook een beetje in dat het allemaal nergens op sloeg. Welke debiel wil er nou niet lekker een stad in om daar een terrasje te pakken? Deze dus. “Toch apart,” zegt hij. “Want een volle klas is geen probleem.” Ik probeer hem uit te leggen dat dat natuurlijk heul anders is, maar ik snap zijn punt. Het ligt niet aan de locatie, maar aan mij. En op het punt dat je niet meer vrijwillig naar de Ikea wil, is het moment aangebroken voor een mentale schop onder je hol. Want de Ikea is de hemel op aarde.

Mijn eerste stap naar fysieke fitheid is gezet. Ik heb een fiets. Sterker nog, ik heb er al op gefietst. Kapót was ik. Met de conditie van een dood paard en gesponsord door Marlboro Light was ik allang blij dat ik het een kwartier heb volgehouden. “Elke dag een kwartiertje,” ze de cesartherapeute lieflijk. “Als je maar aan een half uur beweging per dag komt.” Ik vond een half uur per dag niet bijster lang, dus ben ik eens gaan bijhouden hoeveel tijd ik nu écht bewoog, en dat half uurtje zit er vaak al op voordat ik op het werk ben. Maar echt de boel aan het werk zetten, mwoa.

Ik heb mezelf twee maanden gegeven. In die twee maanden worden mijn fiets en ik vast heel onafscheidelijk, kan ik moeiteloos leren om fatsoenlijk te gaan shoppen en hoef ik niet meer steeds nee te verkopen bij uitnodigingen die ik dolgraag wil aannemen. Voor vanavond houden Date en ik het bij ons topplan dat hij ongegeneerd kan bierdrinken, ik hem ophaal (met de auto, in de stad) en we daarna aan mijn conditie werken. Het duurde even voordat ik hem kon overtuigen van het feit dat ik echt gelukkig word van ’s nachts autorijden in een grote stad, en mijn enthousiasme trok hem over de streep. Hij blij, ik blij.

Iets over relativeren, spiralen en verliefdheid

Ik las net het volgende op Twitter over ADHD: ‘Niet symptomen, maar disfunctioneren is de reden voor diagnostiek en eventueel behandeling’. Toen bedacht ik me dat ik onbewust jarenlang deze stelling heb getracht te verdedigen, maar het niet zo goed kon verwoorden. Ik ben er nog steeds van overtuigd dat je het disfunctioneren zó kan behandelen en aanpakken, dat je daarna misschien niet eens meer de diagnose zou hebben als je dezelfde tests onderging. Of ik dan denk dat ADHD over kan gaan? Nee, maar ik geloof wel dat je er heel hard aan kan werken zodat het geen disfunctioneren meer is, maar symptomen die niet in de weg zitten. Hiermee bedoel ik niet ‘ermee leren leven’ want dat klinkt nogal zwaarmoedig en dat ben ik eigenlijk helemaal niet. Het worden gewoon dingen waar iedereen op z’n tijd last van heeft. Het hoort erbij.

imageHet aller- aller- allergrootste voordeel dat ik heb met de diagnose, is de wetenschap dat het dus daardoor juist heel normaal is. Heel paradoxaal ook, dat klopt. Je zou denken dat ik het idee kan hebben niet normaal te zijn, of een afwijking heb, of iets anders waar mensen niet mee kunnen omgaan. Maar nee. Doordat ik weet wat het is, weet ik ook dat alles wat er stom aan is weer overgaat. Wat me een bijzonder veilig gevoel geeft net als het feit dat ik niet de enige ben. Ik bedoel, wie verzint er nou een complete diagnoselijst en behandeling op basis van de klachten en emoties van één persoon? Just saying. Ik bedacht me vanmiddag hoe ik me zou voelen als de naam ADHD niet bestond en ik dus zou denken dat het normaal is dat je hoofd soms ontploft, of dat het niet alles goed kan verwerken. En dan ook nog alles dat erbij komt kijken. Ik denk dat ik echt zwaar depressief geraakt zou zijn.

Relatie-technisch gezien heb ik er dit weekend echt een potje van gemaakt en dat schaar ik in het rijtje disfunctioneren. Maandenlang heb ik de onzekerheid, angsten en twijfels gehad die bij verliefdheid horen, maar ook de euforie en spanning ervan. Iedereen kent dit, alleen heb ik nogal moeite om dat allemaal een beetje te relativeren en logisch na te denken. Of dat ADHD is of ik, weet ik niet. Het maakte me ook niet zoveel uit. Ik wist dat ik in een enorme positieve spiraal zat en daar hield ik me aan vast, maar ik wist ook dat als die ten einde zou komen, ik waarschijnlijk niets geleerd zou hebben.

Dus ja, toen ik me vanmiddag realiseerde dat dit hele stomme date-gedoe misschien wel nergens toe zou leiden, werd ik overvallen door een enorm zwartgallige bui. Een soort depressie-aanval. Natuurlijk, dacht ik. Het werd wel een keer tijd. En op de automatische piloot heb ik de dingen gedaan die ik normaliter ook zou doen, maar dan met een doelloos en leeg gevoel. Of eigenlijk helemaal geen gevoel en dat vind ik heel erg. Ik legde me er maar bij neer, bedenkend hoe lang het de vorige keer duurde (anderhalve dag, maar iedereen weet inmiddels dat ik alleen maar in termen als ‘nooit’ en ‘altijd’ denk). Een paar uur later plofte ik inmiddels zwaar depressief op de bank en knalde de tv aan. Na vijfennegentig zenders zag ik het in beeld. Een kerstboom. En ineens voelde ik me kalmer, relaxter en gelukkiger dan de afgelopen maanden bij elkaar. In een paar uur, wat gelijk weer een nieuw record leek te zijn.

imageMaar ik zat de afgelopen maanden niet in een positieve spiraal, ik ging alleen maar naar beneden tot ik niet verder kon en het was allemaal mijn eigen schuld. Ik was zo bang voor een relatie, dat ik heb gezocht naar een reden om er niet aan te hoeven beginnen. Ik wilde zo graag stoppen met roken, dat ik alle gevolgen avn roken heb opgezocht, de hypochonder in me heb ontwaakt en van alle stress weer ben begonnen. Ik wilde zo graag motivatie om te sporten, dat ik nu zeker weet dat ik gedoemd ben met mijn gebrek aan lichaamsbeweging. Ik heb van alle punten in mijn leven de negatieve gevolgen opgezocht, dat ik alle positiviteit eigenhandig heb verbannen omdat het me wat te doen gaf. Ik heb in al die maanden misschien een halve dag genoten van het verliefd zijn. De rest was kut.

Achteraf had ik het kunnen weten toen ik me een paar weken geleden bedacht dat ik elke ochtend trillend en naar adem happend onder de douche stond. Dat het me niet meer lukte om rustig in een rij van de kassa te staan. Dat ik al weken niet meer in de binnenstad was geweest omdat het idee alleen al me benauwde. Dat ik niet uitkeek naar een vakantie, vanwege de hoeveelheid doemscenario’s waar ik uit kon kiezen. En dat ik eigenlijk dingen deed omdat het moest, en alleen genoot van het moment waarop het achter de rug was. En toch was ik al die tijd niet ongelukkig, zodat ik het niet herkende toen ik me wél zo voelde.

Dus eigenlijk heb ik de afgelopen weken gewoon de verkeerde conclusie getrokken en was het niet de ADHD-piek waar ik in zat, maar het dal. Pas nu herken ik het, en dankzij het door velen gehate label weet ik nu ook hoe ik daar kwam en vooral hoe ik er weer uitkom. Al die jaren dat ik schema’s heb moeten invullen, dagboeken bijhouden, stemmingen heb moeten peilen werpen nu z’n vruchten af. Als ik nooit had geleerd hoe ik emoties zou moeten benoemen, dat ze tijdelijk zijn en voornamelijk te beïnvloeden, had ik het veel zwaarder gehad dan nu. Dit besef maakt me nu heus niet in één klap dolgelukkig, maar dit is wel het moment om aan de bel te trekken en de wetenschap dat het beter wordt neemt al de helft van het zwarte wolkje om me heen weg.

En dat, lieve lezers, is nou de positieve kant van ADHD.

Waarom niet alle ADHD’ers willen sporten

“ADHD-ers moeten sporten want dan heb je geen ADHD meer en hoef je ook niet naar een psycholoog en Ritalin te slikken enzo.” Of iets in die contreien dan, ik doe niet echt aan nuanceren. Ik ben nooit een sporter geweest, twee keer een half uur fietsen per dag vond ik de eerste 16 jaar van m’n leven wel genoeg. Ik heb wel alle sporten uitgeprobeerd, maar haakte af bij alles waar een verplichting bij kwam kijken. En teamsporten, daar ben ik niet loyaal genoeg voor. Alle sportiviteit verdween uit mijn systeem toen ik tien jaar geleden mijn rijbewijs haalde en van mijn ouders en Golfje uit 1982 kreeg. Ik mis ‘em nog steeds een beetje.

Vanaf die tijd gilde iedereen dat ik toch echt moest sporten, want daar zou ik enorm gelukkig van worden. Die mensen vergaten dat ik de hele dag in beweging was en dat ADHD gewoon topsport is. Nu ben ik van nature een gelukkig mens (gewoon volhouden, positief denken), maar zo rond de eerste ontmoeting met Golfje was daar niets meer van over. Ik was depressief en de grootste hypochonder van de hele wereld. Het was niet eens zozeer dat ik dacht dat ik elk moment dood neer kon vallen, soms hoopte ik er een beetje op. Waar ik dan weer van schrok en dus in paniek raakte. Zo fascinerend, die paradoxale wisselwerking tussen angst en depressie.

Mijn allerdiepste dieptepunt was een donderdagavond zo’n negen jaar geleden waarop ik ergens op een zolderkamer rillend van angst in een slaapzak lag. Ineens zag ik wat ik aan het doen was en ik schaamde me kapot. Echt niets in mijn omgeving wees op een naderend onheil, en toch voelde ik me alsof mijn laatste uur geslagen had. Ik snapte niet dat mijn lichaam het vermogen had zichzelf gewoon in stand te houden, maar hoe meer je weet hoe minder je begrijpt. Ik heb me destijds kapótgegoogled om het wel te snappen en heb me er na die bewuste avond maar bij neergelegd. Ik zou er toch niets aan kunnen veranderen en dit kostte me alle energie die ik had.

Dus hoppa, op naar de volgende reeks therapeuten die er geen ruk van snapten totdat ik na een paar jaar besloot dat ik mijn ontspanning zelf maar moest gaan opzoeken in de vorm van sport. Braaf ging ik elke week sporten en inderdaad, ik voelde me een stuk beter. Na een paar maanden kreeg ik een aanbod van de sportschool dat ik niet kon weigeren: een heuse personal trainer die voor mij een schema op maat zou maken. De eerste afspraak ging over wat ik wilde. Ik wilde absoluut niet afvallen, integendeel, en ik wilde mijn conditie verbeteren want dat was het magische woord. De tweede afspraak was een conditietest waarbij je een half uur zo hard mogelijk moet gaan fietsen en hij je hartslag bijhoudt. “Als je niet meer kan, stop je maar”. Heerlijk, daar hou ik van.

Ik zat ruim over de helft toen mijn trainer zichzelf verving door een trainster. Of alles nog goed ging. “Ja hoor,” zei ik. “Alleen doet die hartslagmeter het niet altijd goed.” Ik voelde dat die af en toe wat afzakte en mijn hartslag niet helemaal pakte omdat het lampje niet brandde. Zodra deze wel aansloeg, sprong het altijd op 220 om daarna weer normaal te doen. Mijn nieuwe trainster zag dat en maakte twee jaar aan therapie ineens ongedaan. “Ik hou je in de gaten,” zei ze lacherig. “Vorige week viel er ook iemand dood neer van zo’n fiets. Haha”. Bam. Dat was het. Eén zin om de hypochonder weer in me te ontwaken die ik twee jaar lang met al mijn energie had weten te verslaan. Ik lachte niet met haar mee en ben van de fiets afgestapt met de leugen dat ik me niet lekker voelde, maar toen ik naar huis ging wist ik dat dit de laatste keer was dat ik ooit in een sportschool zou komen.

Dat was zo’n zeven jaar geleden en nog steeds durf ik niet te fietsen omdat ik bang ben dat ik er dood bij neer ga vallen. Ik mis de energie die het me oplevert en de ontspanning naderhand enorm, maar ik kan me er niet meer toe zetten. Vaak heb ik gedacht om haar nog een keer op te bellen en te smeken om haar opmerking af te doen als een grapje. In plaats daarvan wilde ik zogenaamd de eer aan mezelf houden, omdat elk weldenkend mens zou begrijpen dat ik het niet zo serieus had moeten nemen. Behalve ik, het gaat er nog niet in. Ik weet dat mijn dagindeling vaak meer energie vergt dan een half uur fietsen of hardlopen, maar dat is natuurlijk anders.

Ik heb bijna alle sporten geprobeerd naderhand, zolang het maar geen conditietraining was waarbij je dus zomaar neer kon vallen. In die jaren vol met coaching en therapie is de opmerking van de trainster degene die er bij mij het meest heeft ingehakt en mij er nog steeds van weerhoudt om het uiterste van mijn lichaam te vragen. Maar nu ben ik het spuugzat geworden, dus ik heb mijn principes overboord gegooid en heb de verkoper van een ‘goed onderhouden damesfiets’ gespamd met de vraag of ik alstualstublieft de fiets mag kopen voor tien euro boven de vraagprijs. Ik heb nog steeds geen reactie gehad. Deze man weet waarschijnlijk helemaal niet dat hij weleens mijn nieuwe held kan gaan worden.