Tagarchief: mama

Zen plus

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik kick op het uitstellen van dingen. De helft van de tijd vergeet ik het gewoon, maar de andere keren wil ik pas iets doen als ik echt flink resultaat kan zien. Zo is afwassen pas leuk als er zó megaveel staat dat het lijkt alsof ik een nieuwe keuken heb zodra die bult weg is. De auto maak ik pas schoon als ik bijna geen plek meer heb om te zitten, dan lijkt het net een nieuwe bolide. Heerlijk. De afgelopen weken was ik steeds van plan om een keer goed te gaan relaxen, maar ja, dat is natuurlijk pas effectief als je lichaam niet meer weet wat ontspannen ook alweer is.

Dus toen ik er gisteren letterlijk en figuurlijk bij neerviel, vond ik het wel een goed moment om maar eens wat minder gestresst rond te huppelen en wat gas terug te nemen. Ooit, vroeger, lang geleden nam ik voor het slapen gaan de tijd om net zo lang te liggen tot ik heulemaal relaxt was. Dat was voordat er online quiztoernooien bestonden en de nonogrammenapp nog niet was geüpdate en ik ’s ochtends nog niet wakker werd met de afdruk van de iPad op mijn hoofd. Zo doende lag ik gisteravond helemaal zen in bed, klaar om te zennen. En het werkte. Ik ben zo in slaap gevallen en werd zo mogelijk nog zenneriger wakker.

Iets minder hard lopend dan vandaag kwam ik mijn werkdag door, waarna ik rechtstreeks doorging naar de tandarts. Inmiddels hoef ik alleen nog maar voor de burgelijke, halfjaarlijkse controles te komen waardoor er geen zenuwen meer aan te pas komen. Eenmaal in de stoel vielen mijn ogen al dicht en na drie uur (ok, tien minuten) werd ik wakker gepord door de tandarts. Op een schaal van één tot boeddha scoorde ik behoorlijk hoog qua ontspanning, en in dezelfde staat reed ik richting huis met een tussenstop bij de supermarkt. Normaliter sjees ik er als een malle doorheen, ook omdat rond die tijd de Ritalin uitwerkt. En ik honger heb. Maar nu kon ik heel iets langer de tijd nemen. Iets, dat wel.

Omdat ik weet dat ik gauw tevreden ben en het er nu best wel bij kan laten zitten en volgende week weer hetzelfde rondje te draaien (wat ook structuur is, ik bedoel maar), heb ik een iets langere vooruitkijktermijn genomen. Ik weet ook dat er deels zelf voor zorg dat ik zo gespannen als een veer ben, dus heb ik een afspraak gemaakt met de lokale Cesartherapeut die mijn nieuwe held kan worden. Na mijn eennalaatste blog leerde ik door de vele reacties dat ik misschien toch iets rustiger aan moest doen, al ben ik het daar nog steeds niet mee eens. Wel zag ik in dat het zo niet echt verder kon, al was het alleen maar omdat mijn moeder gelijk belde om te vragen of ik hyperventilerend op een brug stond. Dus heb ik geluisterd naar mama en ga ik wat beter voor mezelf zorgen en wat meer ontspannen enzo.

Kerst & ADHD. Nee echt…

Ik hou van kerst. Echt, als het aan mij ligt staat de kerstboom in september al op om in april pas te worden opgeborgen en dan ook alleen maar voor de vorm. Het is het enige moment van het jaar waarop ik kan toekijken hoe anderen volledig in de stress schieten in de supermarkt, het gevoel dat ik het hele jaar door ervaar. Niet dat ik het iemand gun maar heel stiekem denk ik wel eens ‘zo, weet je eindelijk eens hoe dat voelt.’ Want ondanks dat de lokale super gewoon 365 dagen per jaar open is, gedragen mijn buurtgenoten zich alsof de wereld vergaat en och, als er maar genoeg te eten is.

Zelfs de kerstdagen hebben inmiddels hun eigen routine. Al jarenlang vieren broerlief en ik kerstavond in de familiekroeg, Eerste Kerstdag bij papa, en Tweede bij mama. Dat betekent dat ik de afgelopen achtentwintig jaar nog nooit alleen thuis ben geweest met kerst, iets wat ik me ieder jaar weer voorneem en dus nooit kan waarmaken. Maar coach en ik vonden dat ik wat vaker op de juiste manier voor mezelf mocht opkomen, zonder al rollend met m’n ogen alle vormen van sociaal contact af te kappen. Want dat pastte niet bij de kerstgedachte ofzo.

Aldusch, moeders besloot dat Eerste Kerstdag toch wel leuker was dan de Tweede en ik heb helemaal zelf besloten om kerstavond dit jaar niet te gaan kroegen. Dat was verandering één. Verandering twee kwam in de vorm van een smsje van di papa, met de mededeling dat hij met kerst moest werken en of broerlief en ik een andere dag konden komen eten. Op dat moment maakten mijn neurotransmitters overuren en heb ik wederom helemaal zelf een schema in elkaar geknutseld met daarop wie, wat, waar en vooral wanneer. Ieder jaar weer verheug ik me erop om a la Bridget Jones met m’n fles wijn onder de kerstboom ultieme jank-tv te kijken, in plaats van de herhaling ergens in de lente. Dit jaar zou het er dan eindelijk van komen en ik heb maar een klein vreugdedansje gemaakt, toen niemand keek natuurlijk.

Ik weet dat deze dagen draaien om eten cadeautjes wijn liefde, maar ik zou spontaan een psychose krijgen als ik een vriendje had met ook gescheiden ouders. Vier bezoeken afleggen in twee dagen, welke mafkees doet dat? Omdat dat één van mijn ergste nachtmerries is, laat ik de meeste dates zo rond deze tijd lieflijk verwateren en langzaam doodbloeden. Mijn agenda zit al bomvol en nee, ik wil me niet aanpassen. Volgens de Viva ben ik natuurlijk doodongelukkig met kerst als single vrouw van eind twintig, maar ik heb gewoon dat vriendje vervangen door een fles wijn zonder familie. Problem solved.

Dus ging ik verder fantaseren over mijn ideale kerst. Vroeger, toen ik nog acht kinderen wilde, zag ik mezelf voor de familie de hele dag een compleet kerstmenu in elkaar flansen in een enorm grote keuken in een huis met allemaal kerstmuziek en lampjes en kerstversieringen en wijn. Nu raak ik al de draad kwijt als ik meer dan twee pitten van mijn fornuis nodig heb, en alle taken die beginnen met ‘van tevoren’ sla ik gewoon over in de hoop dat ze niet zo belangrijk zijn. Mijn keuken is net groot genoeg om met twee mensen in te staan en dan nog moet de ander vrezen voor zijn leven als ik iets niet kan vinden. Theoretisch gezien heb ik dus alle vrijheid om op Tweede Kerstdag het prefecte kerstdiner te vernachelen bereiden voor de wijnclub. In het kader van ‘ik heb adhd dus jullie moeten meehelpen’ is ook deze dag vastgelegd, en ik kijk er oprecht naar uit.

Mijn wensenlijstje voor oudjaarsavond is niet zo groot. Het is de enige avond waarop ik apathisch om me heen mag kijken en elke vijf seconden ‘oh kijk, lichtjes’ mag roepen zonder dat iemand me voor gek verklaart. Iedereen houdt die avond de tijd in de gaten dus ook daar hoef ik me niet druk om te maken. Lang geleden heb ik ooit een hele jaarwisseling langs me heen laten gaan door om negen uur ’s avonds mijn bed in te duiken om er de volgende dag nog depressiever uit te komen. Dat nooit meer, hoe dan ook. En aangezien alle vijf leden van de wijnclub vrijgezel zijn, hebben we zo vroeg mogelijk in het jaar deze avond vrijgehouden voor oprechte, niet-gemaakte gezelligheid. Met andere woorden, soms is plannen best wel handig.

Moraal van dit verhaal. Kerst is leuk, stress niet. Toch hoop ik dat er iemand is die even stilstaat bij het feit dat mensen met adhd die stress al ervaren bij het doen van de dagelijkse boodschappen op een dinsdagmiddag in april. Dat wij alle dagen van het jaar een net zo strakke planning moeten aanhouden als iedereen nu. Dat iedereen met de feestdagen van tevoren wil weten waar hij aan toe is en soms geen duidelijkheid krijgt, iets waar wij dagelijks mee kampen. Dat op zaterdagmiddag even naar de stad gaan net zoveel voorbereiding vereist als twee kerstdagen bij elkaar. Maar ook dat diegene ziet dat het geluksgevoel dat je ervaart als je inderdaad allemaal gezellig en liefdevol aan het kerstdiner zit, alle stress en paniek waard was, ook al lijkt het zo ver weg als je als een malle door de supermarkt rent om de laatste gourmetschotel te grijpen. En ten slotte hoop ik op een vorm van begrip als iedereen weer reikhalzend uitkijkt naar de tijd ‘na deze hectische periode’, want die is voor ons nog lang niet in zicht.

 

Waarom mijn moeder altijd gelijk heeft

Mijn moeders adviezen vroeger zaten veelal bomvol met oneliners waarvan de meesten me nog goed zijn bijgebleven. Geen adviezen in de trant van ‘ik zou het wel/niet doen’, maar het draaide altijd uit op clichés a la ‘doe wat jij denkt dat goed is’ of ‘doe waar jij je goed bij voelt’. Lekker makkelijk mam, dacht ik dan. Want als ik dát zou weten zou ik heus niet om hulp komen vragen. Duh. Waardeloos advies man, als je zestien bent.

Totdat ik mezelf erop betrapte dat ik van de week een leerlinge exact hetzelfde advies gaf. Er was namelijk geen goed of fout en omdat mijn glazen bol stuk was kon ik niet zien hoe haar verschillende keuzes zouden uitpakken, anders had ik wel iets anders gezegd. Mijn enige doel was dat ze deed waar zij achter stond, en niet de rest van de wereld. Ik hoorde mijn moeder in mijn eigen advies en dat was best wel even schrikken (hoi mam!). Dat zou namelijk pas moeten gebeuren als je zelf moeder wordt, en we weten allemaal hoe enorm groot díé kans is.

Ik heb veel keuzes gemaakt die ik achteraf bezien beter niet had kunnen maken. Dat denk ik nu, maar als ik kijk naar wat de alternatieven toen waren, betwijfel ik dat weer. De meest impulsieve beslissingen hebben goed voor me uitgepakt. Van studie switchen, relaties verbreken, baan opzeggen, een huis kopen, dat soort onbenulligheden. Ik heb geen enkele keer om advies gevraagd en ondanks het commentaar dat ik achteraf kreeg (je bent gek!) heb ik van al die dingen geen seconde spijt gehad. Het voelde goed en ik wist dat het me gelukkiger zou maken, dat was mijn doel.

Maar soms is er geen overheersend ja- of nee-gevoel aanwezig. Dan weet ik het echt niet en twijfel ik niet alleen tussen verstand en gevoel, maar ben er dan nog niet eens achter welke van de twee wát zegt. Mijn kliko ligt dan vol met de alombekende lijstjes van voors en tegens, en mijn zogenaamd allerdefinitiefste keuze verandert met de dag minuut. Vaak kies ik uiteindelijk de optie die mijn leven het minste overhoop zal halen, wat dan weer gepaard gaat met enorme spijt en miljoenen vergeefse ‘had-ik-maar’-conclusies. Ik voel me net een stuiterbal tussen de adviezen en meningen van anderen in, en moet uiteindelijk toegeven dat ik soms ergens helemaal geen mening over heb. En geen mening hebben is voor domme mensen, vond ik altijd. Verder ben ik heel genuanceerd trouwens.

Vroeger trok ik me vaak alles aan van anderen. Vond iemand mijn roze broek niet mooi, ging die in een vuilniszak en bleef die ene mening ook de enige die ik er ooit over zou krijgen. Dat er misschien honderd anderen waren die het wél mooi vonden, zou ik nooit weten. Die ene mening was op dat moment de volle honderd procent die ik aan advies had en daar moest ik het mee doen. Die ene waarheid was dé waarheid. Langaam kwam ik erachter dat iedereen de mening droeg die het beste in zijn of haar leven zou passen, maar niet altijd in dat van mij.

Vanmorgen bevond ik me in een prachtige kleurrijke omgeving die me deed denken aan mijn vorige huis, voorzien van alle kleuren van de regenboog zonder enige vorm van rust. Al tijdens de verhuizing twee jaar geleden besloot ik dat ik mijn eigen rust zou creëren door mijn huis te ontdoen van alles wat een epilepsiepatiënt zou vermijden. Mijn liefde voor al het roze in de wereld accepteerde ik, maar mijn verstand won het van mijn gevoel en mijn huis is zó kalm, rustig en overzichtelijk, dat mijn schoonmaakster zich wekelijks afvraagt waarom ik haar zo hard nodig heb. Vanmorgen twijfelde ik voor het eerst over de inrichting van mijn kneuterige appartement, en riep hardop dat ik alles wat ik op dat moment zag en prachtig vond, ook in mijn huis wilde. Mijn iets nuchtere collega was het roerend met me eens, voegde daar aan toe dat nevernooit in zijn huis te willen, en liep toen weg. Zo kon het ook, dacht ik ineens. Iets mooi vinden zonder steeds te bedenken hoe dat zelf te krijgen. Ik ben niet verwend en zeker niet ondankbaar, maar ineens realiseerde ik me dat ik iets pas écht mooi vond als ik het zelf ook wilde.

Mijn beste vriendin zit van boven tot onder vol met tattoos. Ik vind ze werkelijk prachtig en ben vaak plaatsvervangend trots, maar moet er niet aan denken om ooit zo wakker te worden. Dus weet ik nooit wat ik moet antwoorden als iemand vraagt wat ik ervan vind, wat eigenlijk een heul debiele vraag is, maar dat terzijde. Dat was de eerste keer dat ik besloot dat ik iets mooi kon vinden zonder het zelf te willen, waar ik overigens nooit meer wat mee heb gedaan. Er is geen universele waarheid, en daar heb ik geen mening over. Het benauwt me omdat ik daardoor nooit zal weten of ik het goed doe. Aan de andere kant geeft het de ruimte om daarin zelf keuzes te maken. Die ruimte moet ik alleen nog een beetje beter inrichten. Met veel roze, want dat vind ik mooi.