Tagarchief: mythe

Hoe varkens mijn ADHD gaan elimineren

‘Wat wil je eigenlijk?’ Nog nooit heb ik een goed antwoord op deze vraag kunnen geven, of deze nou gesteld wordt bij de snackbar, na een geslaagde date of in een andere situatie. Zodra iemand deze vraag stelt weet ik al dat ik hier geen antwoord op heb, anders zou ik dat allang duidelijk hebben gemaakt en was de hele vraag onnodig. Ik hou meestal van duidelijkheid, niet van twijfelen en piekeren en dingen kapot-analyseren, hoewel ik daar wel heel erg goed in ben. Daarnaast vind ik het heerlijk om te piekeren en dingen kapot te analyseren. En daar is het, de paradox.

Ik verwacht altijd duidelijkheid van anderen en ik wil weten waar ik aan toe ben. Dat anderen dat ook van mij verwachten kan ik niet altijd begrijpen. Sinds wanneer is het belangrijk wat ik vind? Veel te vaak laat ik het maar van een ander afhangen om achteraf spijt te hebben dat ik niet heb kunnen ontdekken welk stemmetje mijn gevoel was en welke mijn verstand. Voornamelijk omdat ik heb geleerd niet altijd mijn mening overal tussendoor te gooien, om nog maar te zwijgen over het vraagstuk naar welk van de twee ik had moeten luisteren. En als ik me echt onder druk gezet voel om een keuze te maken, kies ik altijd voor datgene dat het gedraaikont in mijn hoofd wegneemt en ik uiteindelijk dus helemaal niet hoef te kiezen.

Graag had ik een blog geschreven over het feit dat ik had besloten nooit meer te gaan daten en me ineens terugvond op een kruising waarop ik een keuze moest maken tussen twee ontzettend leuke mannen. Die blog zou dan moeten eindigen met een uit-de-film-scene waarin de állerleukste van de twee het hardste zijn best zou doen om me te overtuigen van zijn liefde. Helaas zou het in dit geval eindigen met het moment dat ik met beiden alles had afgekapt, omdat ik nog altijd liever géén keuze heb dan teveel.

Onlangs was ik vol goede voornemens op zoek naar verhalen over adhd’ers mensen met adhd en relaties en hoe dat dan zou moeten. Ik ben daar vet slecht in namelijk, maar altijd bereid om te leren. Echter stuitte ik alleen op artikelen voor partners en tips over hoe zij het hoofd boven water kunnen houden tijdens het samenleven met een adhd’er. En hoe ze dat kunnen overleven. Want een relatie met een adhd’er bevindt zich zo’n beetje in de binnenste cirkel van de hel. Schijnt. Nou weet ik dat ik zeker niet de makkelijkste ben, maar ik ben niet van plan mijn toekomstige droomman met een draaiboek te laten werken. Schiet toch op.

Na eindeloze gesprekken en kapotgeanalyseer met mijn wijnclubvriendinnen ben ik toch tot de conclusie gekomen dat dit wellicht helemaal geen adhd-trekje is, maar dat het gewoon bij alle vrouwen hoort. Wij zijn geen mannen en dat willen we ook niet zijn. Wij doen nou eenmaal aan piekeren en we gaan alle plus- en minpunten net zolang afwegen tot we weer op het zelfde punt uitkomen als daarvoor. Wij houden ervan om van elke man een psychoanalytische profielschets te maken en op basis daarvan ongenuanceerde conclusies te trekken die nergens op slaan. Elke date gaat in de wekelijkse vergadering en de uitkomst daarvan is bindend.

Ik wil geen relatie omdat ik dan het gevoel krijg de keuzes te missen. Het gros van de relaties die ik heb gehad was voornamelijk doodsaai. Het was er gewoon en het was vanzelfsprekend. Ik hoefde niets meer te doen, alles lag al vast en het benauwde me. Dat neemt niet weg dat het stuk voor stuk ontzettend leuke mannen waren en hen geen blaam treft. Ze hadden gewoon geen handboek en moesten improviseren. De overgebleven relaties deelde ik met malloten, ik kan het niet anders omschrijven en ik zou best goed met taal moeten zijn.

Het afgelopen jaar heb ik enorm zitten twijfelen aan mijn adhd. Zelfs na tientallen flessen wijn, waarschijnlijk honderden sigaretten, op hol geslagen analyses en soms dagelijkse wijnclubvergaderingen twijfel ik nog steeds een beetje. Alle symptomen van adhd zijn in delen terug te vinden bij anderen en ik ben een combinatie van de negatieve eigenschappen van mensen zonder adhd. Dat is soms kut, want mijn hoofd draait overuren en het houdt nooit op. Aan de andere kant geloof ik dat ik capabel genoeg ben om al deze symptomen uiteindelijk te verminderen en zo de DSM-V te verslaan waardoor ik geen diagnose meer zal krijgen en dus verlost ben van deze stempel. Ik heb me sufgeanalyseerd op anderen en daar genoeg van geleerd voor de volgende stap.

Ik geloof dat alle losse criteria die nu bij adhd horen, ook te vinden zijn bij alle andere mensen, alleen niet altijd bij elkaar. Ik heb geleerd naar anderen te luisteren en op een rationele manier een dialoog aan te gaan. Ik heb geleerd dat ik niet de enige ben wier hoofd soms uit elkaar lijkt te ploffen door al het gepieker. Ik heb truukjes geleerd om me steeds langer te kunnen concentreren en om niet altijd impulsief te handelen. Ik heb ook geleerd dat ik niet altijd gelukkig word van rust of chaos, maar dat daarin een balans te vinden kan zijn. Ik heb geleerd dat ik zelf geen saai leven wil en daarom vaak uitersten opzoek. Ik heb geleerd dat adhd een perfecte samenvatting is van al mijn karaktereigenschappen waar ik aan zal moeten werken. En tot slot heb ik geleerd dat ik niet geassocieerd wil worden door een label, maar beoordeeld wil worden op mijn karakter. Hoe verwarrend dat soms ook kan zijn. Ik wil niet meer in het hokje adhd geplaatst worden, dat is mijn goede voornemen voor 2014.

Moraal van dit verhaal: mannen zijn varkens* en ik ben ook gewoon een vrouw.

*Soms lieve varkens, maar wel varkens.

(Bijna) alles over ADHD is waar*

Vraag een willekeurig iemand zonder kinderen, leerlingen of patiënten wat adhd nou precies is, en je krijgt een scala aan vooroordelen. Adhd’ers kunnen niet stilzitten, zijn snel afgeleid, impulsief, onhandig, maken dingen niet af, maar doen er wel honderd tegelijk, drugsverslaafd, en praten te veel. En ik kan je vertellen, het is allemaal waar. Behalve dat van die drugsverslaafden dan, maar de rest komt toch aardig in de buurt.

Tien jaar geleden had ik waarschijnlijk heel hard tegengestribbeld om het tegendeel te bewijzen, maar dat zou niet helemaal eerlijk zijn. Natuurlijk wordt de diagnose nu vaker gesteld dan vijftig jaar geleden, maar daar zijn zoveel voor de hand liggende verklaringen voor, dat ik daar niet eens aan ga beginnen. Los van het feit dat niet iedereen met adhd ook daadwerkelijk medicatie krijgt, vraag ik me af wat nou het grote struikelblok is bij vele psychisch onwetenden.

Dus ik vond het tijd worden om weer eens wat boze roddels over adhd’ers de wereld uit te helpen. Doe je mee?

Like I said, niet iedere adhd’er neemt Ritalin. Er zijn zat mensen die zonder kunnen, mits goede begeleiding en/of coaching. Ik ken eigenlijk niemand die na de diagnose zo hoppa, in het diepe is gegooid. ‘Nou u heeft adhd mevrouw, succes ermee hè!’ Wel ken ik veel mensen die de intentie hebben om te stoppen zodra alles op de rit is. Lijkt me logisch, als mijn hoofdpijn over is neem ik ook geen aspirine meer.

Waar in vredesnaam het idee vandaan komt dat docenten tegenwoordig leerlingen diagnosticeren, is mij een raadsel. Ik heb mijn functie-omschrijving er maar even bijgepakt, maar ik kan daar niets over vinden. Ook heb ik geen potjes met pillen in mijn la liggen voor leerlingen die ik iets te druk vind. De apotheek ziet je toch aankomen. ‘Wie heeft de Ritalin voorgeschreven? De rekenjuf? Oh nee hoor, geen probleem.’ Kom op zeg.

In theorie kan alles verslavend zijn. Zo had ik ooit een klasgenootje dat verslaafd was aan tictacs. Ik zou nogal verslavingsgevoelig moeten zijn met mijn adhd, maar verder dan een uit de hand gelopen nicotineverslaving reikt het echt niet. Als Ritalin verslavend was, dan zouden er niet iedere vier uur overal reminders afgaan om mijn eraan te herinneren dat ik ze moet innemen. Dan zou ik na vier uur zelf als een junkie alles overhoop halen op zoek naar een spoortje methylfenidaat. De helft van de tijd vergeet ik ’s middags de tweede pil te nemen, maar ik vergeet nooit om te roken, zó raar.

Inmiddels durf ik te zeggen dat een kleine groep ouders van kinderen met adhd grofweg in te delen is in drie nog kleinere groepen. De eerste groep ouders vindt het belàchelijk dat kindlief zo’n veeltehip labeltje heeft want adhd is een mythe bedacht door rijke pillenmakers. De tweede groep legt zich er vrij vlot bij neer en gaat op zoek naar verschillende oplossingen die tot op het bot moeten worden uitgebuit. En de derde groep heeft stiekem helemaal geen diagnose omdat alle artsen in een straal van honderd kilometer veel te incapabel zijn om adhd te herkennen. Want zoonlief kijkt elk halfuur een keertje uit het raam en is dus snel afgeleid. Ook heeft hij ooit eens voor zijn beurt gepraat dus hij is ook behoorlijk impulsief. En laatst gingen ze naar de dierentuin en vroeg hij hoe lang het nog duurde, dus ongeduldig is hij ook nog. Geloof me, dit gesprek heb ik liefst twee keer mogen voeren afgelopen jaren en beide keren werd mij gevraagd om een recept voor Ritalin. Deze drie groepen vormen bijelkaar gelukkig een heel erg klein deel van het totaal. Maar ze zijn er wel degelijk.

Ik geloof dat adhd pas een probleem is als je er een probleem van maakt. En dat kan heel snel zijn en ook heel onbewust. Natuurlijk kan ik een andere baan gaan zoeken om er minder last van te hebben. Ik weet zeker dat mijn gebrek aan organisatorische vaardigheden heel snel zou verdwijnen als ik de hele dag alleen maar gras hoefde te maaien. Of toiletten schoon te maken. Daarentegen zou ik Prorail’s worst nightmare zijn en zit er vast geen evenementenplanner op mij te wachten. Als taxichauffeur zou ik hoofdsponsor van het CJIB worden, terwijl ik als chirurg waarschijnlijk iedere patiënt drie keer zou moeten opennaaien omdat ik wèèr iets ben vergeten. Niet dat ik ooit chirurg had kunnen worden hoor, daar heb ik het geduld en het IQ niet voor.

Natuurlijk vallen sommige beroepsgroepen af, maar ik durf te wedden dat weinig adhd’ers een 9-tot-5 kantoorbaan ambiëren, ondanks het gegil van de buitenwereld dat wij regelmaat nodig hebben. Ik heb bijna tien jaar in diverse winkels gewerkt, en er is niets zo erg als wachten tot er een klant komt, terwijl in sommige winkels een diepe zucht klinkt als het kassameisje een telefoongesprek met haar vriendje moet onderbreken omdat ‘er weer een ongeduldige klant staat’ (true story). En tussen de thuiszitters die vrijwillig leven op een uitkering zitten ook weinig adhd’ers (ook een true story want ik het het gedriedubbelcheckt).

Kortom, voor verschillende taken zijn verschillende mensen nodig, en waar de één een hekel heeft aan buiten werken in weer en wind, is er niemand zo blij mee als die vuilnisman die hier elke week fluitend de ondergrondse afvalcontainers leegkiepert. En ik met hem!

* Behalve dat we druk zijn. O wacht…

ADHD + shiny = Glossy

Gistermiddag was ik deels aanwezig bij de lancering van de heuse ADHD-Glossy. Deels, want ik kwam natuurlijk als laatste binnen. Zoals afgesproken met mijn Twitter-clan kwam ik au naturel en heb ik rond het middaguur de eerste Ritalin langzaam laten uitwerken en de tweede maar even laten zitten. En dan in de auto het centrum van Utrecht in. Nee echt, top-idee!

Mijn laatste lesuur sloeg helemaal nergens op, dus ik bespaar jullie de adhd-clichés die daarmee gepaard gingen. Als een godswonder kwam ik zonder ritalin en zonder TomTom in Utrecht aan. Ik sta koud op de angstaanjagende roltrappen in de Jaarbeurs, als ik vanuit mijn ooghoek de deur van de zaal dicht zie gaan. Natuurlijk. Mijn goede manieren weerhouden me ervan om als een malle de deuren weer open te slaan en volledig losgeslagen die zaal in te rennen, dus ik wacht braaf tot dit gedeelte voorbij is alvorens naar binnen te stieren. De tweede uitdaging staat bij de deur op me te wachten; een bestolen adhd-maatje. Ik onderdruk de impulsen alsnog de voorstelling te onderbreken om collectief iedereen te fouilleren, en na een uurtje zijn de meest basale dingen geregeld. Dat er met grote regelmaat mensen in en uit de zaal lopen zag ik wel, maar het duurde even voordat het kwartje viel. Na een uur besluit ik toch naar binnen te gaan, en wat schetst mijn verbazing:

image

Lotus & de ADHD-Glossy

Een enorm publiek, waarvan toch de helft een stigmatiserend labeltje heeft, zit vrijwel beweegloos op de stoelen en met open mond naar de voorstelling te kijken. Na één blik op de acteurs weet ik dat dit me bekend voorkomt. Ik vraag me af een vriendin of ze de afgelopen uren al zo stil zitten, want ik snap er niets meer van. Na nog een rondje loeren door de zaal valt het kwartje. Ruim de helft van de aanwezigen heeft ofwel een mobieltje in de hand, of iets anders om ongegeneerd aan te frunniken. Regelmatig wordt synchroon gelachen. Niet omdat het moet, maar omdat iedereen begrijpt wat er gebeurt. Afleiding of niet, ik zie allemaal mensen multitasken. Na een kwartier komt de druk van mijn werkdag en heenreis langzaam naar boven en moet ik even de zaal uit. Buiten vraag ik me af waarom, want als ik ergens mezelf kan zijn dan is dat hier wel.

Ik loop weer naar binnen en besluit me niet meer aan te passen aan de anderen. Voor het eerst. Ooit. Ik pak mijn mobiel om zowel Twitter als Facebook als mijn halve Whatsapplijst op de hoogte te houden. Af en toe lach ik om de herkenbaarheid die de acteurs tentoonstellen en probeer ik mijn Candycrush-highscore te verbeteren. De eerste minuten verwacht ik ieder moment dat iemand mij verzoekt de telefoon uit te zetten, maar er gebeurt niets. Hier mag dat. Ik verveel me niet. Ik vind de voorstelling niet stom. Ik wil niet weg. Ik kan me alleen niet 100% focussen op wat er allemaal voor me gebeurt. Dat neemt niet weg dat ik het niet meekrijg; ik kan het woordelijk herhalen als het moet. Mijn hoofd snapt gewoon niet dat de wereld om de voorstelling heen even uit mag. In plaats daarvan blijft het op volle toeren draaien. En hier mag dat.

Toen ik begon met deze blog had ik gehoopt dat er één iemand was die zou kunnen zeggen: ‘oh, nu snap ik het, ik ben niet raar’. Dat ik in een paar maanden tijd 1736 mailtjes en ruim 20.000 bezoekers zou krijgen had ik nooit verwacht. Vanaf mijn keukentafel bleef ik lekker doorbloggen en ondertussen lekker mijn leven leiden. Ik leerde mensen kennen via Twitter, het medium waar ik jarenlang op gespuugd had. Langzaamaan ontdekte ik een beetje hoe het werkte: ik kon mijn verhaal de wereld in gooien en gelijkgestemde verhalen zelf lezen. Toen ik de uitnodiging zag voor de lancering van gisteren, was mijn eerste reactie veel te enthousiast. Ik zag een ruimte vol met mensen die me begrepen voor me. Daarna voelde ik me als adhd’er een buitenbeentje tussen alle professionals en heb ik het laten verwateren. Tot een week geleden, toen wilde ik met eigen ogen zien wie mijn verhalen lazen en hoe andere leeftijdsgenoten met adhd eruitzagen.

Het voordeel van anoniem bloggen is dat je lekker incognito kan rondhuppelen en mensen vragen wat ze nou echt van die Lotus vinden. De bezoekersaantallen waren echt. Het waren geen cijfers, maar mensen met een verhaal. Mensen die mijn verhalen lazen en zich erin herkenden. Mensen die uitkeken naar een nieuwe blog, en zelfs virtueel geabonneerd waren. Die druk trok ik slecht en ik besloot nooit meer te bloggen. Ik wilde niet voor anderen bloggen, ik wilde alleen mijn ei kwijt. Twee wijntjes verder waren mijn gedachten weer 180 graden gedraaid, verrassend. Ik wil wèl gelezen worden, en vooral begrepen. Ik voelde de enorme hiaat met mijn dagelijks leven, waarin ik niet zomaar mijn iPhone tevoorschijn kan halen als ik met iemand in gesprek ben. En waarin ik niet zomaar een vergadering uit kan lopen als het even teveel wordt. Gisteren kon dat wel, en ik kon drie uur lang zijn wie ik was.

Ik heb er vandaag lang over nagedacht. In een wereld vol adhd’ers zou ik misschien zonder medicatie kunnen. Ik hoef me daar niet aan te passen en alle impulsen de kop in te drukken. Niemand kijkt raar op als ik een gesprek onderbreek om mede te delen dat ik moet plassen. Niemand die continu vraagt of ik luister, en niemand die me achterna komt als ik een zaal plotseling verlaat. En als er dan heel hard wordt geroepen dat adhd’ers te snel medicatie nemen en zich niet kunnen aanpassen, dan beaam ik dat. Maar het zou fijn zijn als er ook eens wordt gevraagd waaróm dat zo is. Ligt dat echt aan ons, of toch ook een beetje aan de rest van de maatschappij die ons zelfbedachte regels oplegt?