Tagarchief: Supermarkthel

Eénentwintig uur vierenveertig

Sommige dingen kun je aan wennen, maar dat maakt ze nog niet makkelijker. Voor een ADHD’er zijn er verschillende plekken die ik als hel op aarde beschouw. Uitverkoop bij grote warenhuizen bijvoorbeeld. Festivals. En Schiphol. Ik hou echt van ruimte, mensen, kleuren en vliegtuigen, maar als ze allemaal tegelijk bij elkaar komen gaat mijn hoofd protesteren.

Voordat ik gister Vriendje ophaalde van Schiphol heb ik het weloverwogen besluit genomen (lees: ik heb getost) om ook dit zonder Ritalin te doen. Ik was nu al zó ver, dit zou de vuurdoop moeten worden. Als ik dit zou overleven was ik van de ADHD af en kon ik weer normaal verdergaan. Twee dagen geleden had ik al een überstrak schema in elkaar geflanst zodat ik precies wist hoe ik foutloos de vrijdagmiddag zou draaien. Totdat de vliegmaatschappij roet in het eten gooide en Vriendje mij belde met de vraag of hij vertraging had. Ik zal de ellende besparen, maar om een lang verhaal kort te maken, in vier uur is de aankomsttijd zo’n acht keer veranderd. Weg planning, weg rust, hallo ADHD.

De afspraak met mijn hoofd was dat Vriendje om 21:00 zou landen. En als ik door de wispelturigheid van een cheapass vliegmaatschappij om 21:00 nog thuis zit, raak ik in de war. Zo goed en kwaad als ging heb ik het hele schema de hoeveelheid vertraging in minuten vooruitgeduwd. ‘Eénentwintig uur vierenveertig, éénentwintig uur vierenveertig, éénentwintig uur vierenveertig,’ was mijn nieuwe mantra voor deze vrijdagavond. Ik knalde het zoveelste zorgvuldig opgezette schema in de kliko en begon opnieuw. Easyjet was het er niet mee eens en besloot er een kwartier bovenop te gooien. Schema weg, en weer opnieuw. ‘Tweeëntwintig uur zeven,’ dat moest het worden en exact vijfenveertig minuten eerder besloot ik in de auto te stappen.

Ik ben een lul met parkeren, voornamelijk omdat ik altijd verdwaal en alle auto’s in zo’n kelder op elkaar lijken. Ik zocht een plekje zo ongeveer naast de landingsbaan, maakte er een foto van, activeerde mijn ‘Dude, where’s my car’-app en holde naar boven. Tweeëntwintig uur vijftig is de laatste update volgens de Schiphol-app, met de groetjes van Easyjet. Ik dacht dat ik zou ontploffen, vooral omdat ik nog veertig minuten zou moeten wachten. Wachten!

imageSchiphol vind ik mooi, maar het zou nog mooier zijn zonder al die mensen en kleuren en geluiden. Ik loop de trap op, knal de deur open en heb echt geen idee waar ik ben. ‘Arrivals’ lijkt me wel een handige optie, dus op m’n slippers loop ik de bordjes achterna. Na een minuut of vijf bedenk ik me dat dit eigenlijk wel meevalt en vraag ik me af waar die antipathie jegens dit vliegveld toch vandaan komt. Tot ik de roltrap afloop en in de hal terechtkom. Ineens weet ik het weer. Overal lopen mensen te haasten, ik hoor verschillende muziekstijlen door elkaar, treinen die aankomen, borden die van informatie wisselen, gesprekken, omroepbellen, toeters en heel even denk ik dat ik dood ben gegaan en dat dit de hel is. Ik heb geen idee waarom ik hier ben en maak rechtsomkeert.

Bovenaan de roltrap weet ik het weer. Vriendje halen. Ik twijfel nog om hem te appen dat ik in de file sta / mijn auto kapot is / ik in slaap ben gevallen, zodat ik hem kan vragen met de trein terug te gaan. Dan bedenk ik me hoe ik me zou voelen als iemand mij dat zou flikken en de gedachte daaraan maakt dat ik weer terugloop de hel hal in. Arrivals 4. Bingo! Als een zombie loop ik richting het grote bord dat echt zo ver mogelijk bij mijn roltrap vandaan staat. Ik probeer de lijnen op de vloer te negeren, maar ze creeën een waar delirium. Ik zoek al lopend mijn zonnebril om de lichten tegen te houden en afleiding te zoeken. Na anderhalf uur lopen ben ik er. De hoeveelheid mensen is een fractie van net en de geluiden lijken gedempt.

Nu echt een half uur later klinkt het rustgevende geluid van Vriendje die smst. Het goede nieuws is dat ie geland is, het voor mij slechte nieuws is dat ie nog in het vliegtuig zit. Ik probeer uit te rekenen hoe lang het zal duren om die slurf uit te lopen naar mij. Ik zet hoog in op twintig minuten en check voor de zoveelste keer als afleiding mijn Facebook. Nadat zo’n twintig wachtenden voor mij weer herenigd zijn met hun vriendjes, realiseer ik me dat ik de mijne toch meer heb gemist dat ik had verwacht. En in de tijd dat ik alle leuke herinneringen weer heb opgehaald, zijn de twintig minuten voorbij en ben ik niet meer alleen.

Het is moeilijk uit te leggen hoeveel impact zo’n avond op mij heeft. Ik weet dat ik de hele dag nodig heb om bij te komen en dat ik hoop dat morgen alles weer normaal is. Dat bijkomen bestaat uit niet veel meer dan kettingrokend en huilend met de gordijnen dicht en al het geluid uit proberen om alle impulsen een plekje te geven. Ik benijd Vriendje dat hij na een nog stressvollere avond en een goeie nachtrust weer op het voetbalveld staat, maar meer dan dat ben ik ontzettend trots op hem.

Zon, date, Ritalin en een therapeute

“Nou,” zegt de Cesartherapeute vriendelijk terwijl ze van haar beeldscherm bijdraait naar mij. “Wat zijn je klachten zoal?” Op alle vragen van haar had ik me voorbereid, behalve op deze. Ik heb geen idee waar ik moet beginnen. “Ik voel me een beetje onrustig,” hoor ik mezelf zeggen, en mijn innerlijke ADHD-er begint keihard te lachen om dit understatement van de eeuw. Ik begin te ratelen over eeuwige spierpijn in alle spieren boven mijn navel. En over allemaal vage pijntjes waarvan ik allang weet dat ik ze zelf heb veroorzaakt. “Kom,” zegt ze. “Dan gaan we even naar je houding kijken.”

Ik loop mee naar de andere kant van de kolossale ruimte om voor een immense spiegel te gaan staan. Ze vraagt me om te gaan staan zoals ik normaal ook sta en ik doe m’n best de houding aan te nemen die me twaalf jaar geleden is aangeleerd. Knieën gebogen, borsten naar voren en kin omhoog. Maar al na vijf seconden val ik gruwelijk door de mand. Ze pakt een krukje en gebiedt me te gaan zitten zoals ik altijd zit. Ik luister braaf en ze rolt een tweede spiegel links van me zodat ik kan meekijken. Ik moet bijna huilen als ik mijn spiegelbeeld zie. Ik zie eruit als een compleet gespannen, inelkaargezakte plumpudding met een bochel. En dan tien keer zo erg. “Dat verklaart een hoop,” zeg ik zachtjes. En ze kijkt me begrijpend aan.

Eén voor één noemt ze alle klachten op die kunnen voortkomen uit mijn debiele houding en nog maffere ademhaling, en ik herken ze allemaal. “Wanneer is dit gebeurd?” vraag ik me hardop af. “Zo sta ik nooit op foto’s, maar mijn vrienden en collega’s hebben dus dit beeld van mij.” Ze weet me gerust te stellen door te zeggen dat ik dit ook weer kan veranderen, al zal dat niet binnen een week gaan. Ik ben nog nooit zo gemotiveerd geweest om een therapie volledig af te ronden als nu. Ze komt voor me staan en ik moet meekijken naar de plumpudding links in de spiegel. “Je geeft jezelf niet eens ruimte om fatsoenlijk te ademen,” zegt ze. Ik snap wat ze bedoelt nu ik mijn ineengedoken lijf zie. “Geen wonder dat je vaak zo duizelig bent.” Ze drukt mijn schouders naar achteren, mijn onderrug naar voren en ik voel gelijk dat ik meer lucht krijg. “Het doet pijn,” zeg ik tegen haar, maar ik besef ineens dat elke houding me de laatste weken pijn doet.

Ze legt nog een kwartier uit wat mijn houding doet met mijn spieren en ademhaling, en wat de gevolgen daarvan zijn voor de mogelijkheid om te kunnen ontspannen. Ik herken het allemaal, samen met de effecten op mijn onrust. Ik krijg een korte oefening mee die ik een week lang ieder uur (!) even moet doen, en na deze week maken we een nieuwe afspraak. Ze vertelt nog even dat dit niet van het roken komt (yes!) en dat ik niet hoef te stoppen (ziejewel). Onderweg naar huis baal ik ervan dat ik het zover heb laten komen, maar ben ik toch blij dat ik op tijd aan de bel heb getrokken. Ik ben echt supergemotiveerd en ervan overtuigd dat ik voor de zomer van alle vage klachten af ben en dan de hele dag nonstop in de zon kan zitten relaxen.

Met mijn date, want die is er ook nog. De hoop op een doordeweekse date met mij op korte termijn heeft hij inmiddels opgegeven, dus we houden het voorlopig lekker op de weekenden. Als tegenprestatie heb ik aangegeven mijn vrijdagavonden in te ruilen. Coach zei vorig jaar iets over geven en nemen ofzo, en ik vind dit een prima oplossing. Ik bestel de pizza, hij neemt het bier mee en we genieten van een überrelaxte vrijdagavond. Samen.

“Je moet je pillen nemen,” roept hij als we de volgende dag aan de ontbijttafel zitten. “Eigenwijs,” en ik krijg een lieve knipoog erbij. Ik probeer mijn meest boze blik toe te werpen maar het mislukt jammerlijk. Een half uur later is het eindelijk rustig in m’n hoofd en ben ik zowaar in staat de plannen voor vandaag op een rijtje te zetten. Hij weet heel berekenend een echtelijke ruzie te voorkomen over wie naar de supermarkt moet om eieren te halen, door voor te stellen om samen maar te gaan. Samen. Naar de supermarkt. Op zaterdag. “Ik doe niet samen boodschappen,” zeg ik stellig. “Nooit.” Ik weet niet wat er in die tien minuten daarna gebeurde, maar ineens staan we samen voor het zuivelschap een pak melk uit te zoeken. Verdomme. “Eieren en ham,” zegt hij nogmaals. “Verder heb je alles in huis zei je.” Ik zeg wel vaker wat, maar daar komt hij nog wel achter. Een kwartier later staan we (samen!) in de rij en ik gooi de band vol met allemaal dingen die ik waarschijnlijk helemaal niet nodig heb. “Ik zie het al,” zegt hij lief. “Ik doe later de boodschappen wel. We hadden alleen eieren en ham nodig,” herhaalt hij als ik een jaarvoorraad kattenvoer en wijn uit het mandje haal. “Prima,” antwoord ik. “Dan kook ik wel.”

Een uur later willen we de zon in, het terras op. “Weet je het zeker?” vraag ik nog. En ja, hij wist het zeker. En zo zit ik nog een half uur later volledig ontspannen op een terras in de zon naast de leukste man van de wereld. Er valt urenlang geen enkele stilte en eigenlijk lachen we onafgebroken terwijl we burgerlijk tegen elkaar aanzitten. Ineens wordt het drukker en zie ik dat het terras volzit. Overal lopen mensen om ons heen en iedereen begint te praten. Ik kan het gesprek niet meer volgen en probeer alle geluiden uit te zetten, maar het lukt niet. Ik zet een zonnebril op omdat de zon en alle kleuren om me heen feller lijken te worden. “Je trilt,” zegt ie ineens. Ik vraag hoe laat het is en als hij op z’n horloge kijkt stelt hij voor om terug te gaan. Als hij opstaat kijkt hij me heel even begripvol aan en pas dan realiseer ik me dat de Ritalin is uitgewerkt.

In de auto knal ik er een tweede dosis in en eenmaal thuis vraag ik me af waarom we zijn weggegaan. Mijn balkon is in vijf minuten zonproof gemaakt en gewapend met tosti’s ploffen we neer. Klaar om de rest van de dag te relaxen. Samen.

Zen plus

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik kick op het uitstellen van dingen. De helft van de tijd vergeet ik het gewoon, maar de andere keren wil ik pas iets doen als ik echt flink resultaat kan zien. Zo is afwassen pas leuk als er zó megaveel staat dat het lijkt alsof ik een nieuwe keuken heb zodra die bult weg is. De auto maak ik pas schoon als ik bijna geen plek meer heb om te zitten, dan lijkt het net een nieuwe bolide. Heerlijk. De afgelopen weken was ik steeds van plan om een keer goed te gaan relaxen, maar ja, dat is natuurlijk pas effectief als je lichaam niet meer weet wat ontspannen ook alweer is.

Dus toen ik er gisteren letterlijk en figuurlijk bij neerviel, vond ik het wel een goed moment om maar eens wat minder gestresst rond te huppelen en wat gas terug te nemen. Ooit, vroeger, lang geleden nam ik voor het slapen gaan de tijd om net zo lang te liggen tot ik heulemaal relaxt was. Dat was voordat er online quiztoernooien bestonden en de nonogrammenapp nog niet was geüpdate en ik ’s ochtends nog niet wakker werd met de afdruk van de iPad op mijn hoofd. Zo doende lag ik gisteravond helemaal zen in bed, klaar om te zennen. En het werkte. Ik ben zo in slaap gevallen en werd zo mogelijk nog zenneriger wakker.

Iets minder hard lopend dan vandaag kwam ik mijn werkdag door, waarna ik rechtstreeks doorging naar de tandarts. Inmiddels hoef ik alleen nog maar voor de burgelijke, halfjaarlijkse controles te komen waardoor er geen zenuwen meer aan te pas komen. Eenmaal in de stoel vielen mijn ogen al dicht en na drie uur (ok, tien minuten) werd ik wakker gepord door de tandarts. Op een schaal van één tot boeddha scoorde ik behoorlijk hoog qua ontspanning, en in dezelfde staat reed ik richting huis met een tussenstop bij de supermarkt. Normaliter sjees ik er als een malle doorheen, ook omdat rond die tijd de Ritalin uitwerkt. En ik honger heb. Maar nu kon ik heel iets langer de tijd nemen. Iets, dat wel.

Omdat ik weet dat ik gauw tevreden ben en het er nu best wel bij kan laten zitten en volgende week weer hetzelfde rondje te draaien (wat ook structuur is, ik bedoel maar), heb ik een iets langere vooruitkijktermijn genomen. Ik weet ook dat er deels zelf voor zorg dat ik zo gespannen als een veer ben, dus heb ik een afspraak gemaakt met de lokale Cesartherapeut die mijn nieuwe held kan worden. Na mijn eennalaatste blog leerde ik door de vele reacties dat ik misschien toch iets rustiger aan moest doen, al ben ik het daar nog steeds niet mee eens. Wel zag ik in dat het zo niet echt verder kon, al was het alleen maar omdat mijn moeder gelijk belde om te vragen of ik hyperventilerend op een brug stond. Dus heb ik geluisterd naar mama en ga ik wat beter voor mezelf zorgen en wat meer ontspannen enzo.